dinsdag 17 december 2013

De Virtual Training Suite

Intute is niet meer. Ik denk overigens niet dat één van jullie daar wakker van heeft gelegen de afgelopen twee jaar, maar toch. Intute herbergde onder meer een wetenschappelijke portal op onderwerp, een zogenaamde onderwerpgids. In 2011 kwam de site in financiële problemen en kwam het project van een groot aantal informatieprofessionals en bibliothecarissen van verschillende Britse universiteiten in zwaar weer. Sindsdien is de site niet meer bijgewerkt en medio 2014 gaat hij waarschijnlijk uit de lucht. Er wordt over gedacht om de onderwerpgids openbaar te maken op Delicious, maar daarover is tot op heden nog geen besluit genomen. De laatste blogpost van Intute dateert van augustus 2011:

“Thanks to all of the staff that created Intute, to all of the cataloguers that added content to the site, and to the 1000s of people that suggested sites to us over the years.”

Waarom dan toch aandacht voor deze site? Behalve dat de site een belangrijke onderwerpsportal was, gevuld door professionals, vond je hier ook ongeveer 60 virtuele internettrainingen (Visual Training Suite) gerangschikt per vak. De Virtual Training Suite is vanaf augustus 2011 in handen van Tutorpro. Deze tutorials kun je dus op een nieuw internetadres in elk geval nog steeds volgen.
Na een inleiding over de vaardigheden die (academisch) onderzoek vereisen, worden - voor elk vak - zeer bruikbare internetbronnen gegeven en worden zaken als primaire en secundaire bronnen behandeld. De trainingen zijn gericht op studenten in het Hoger Onderwijs die onderzoek willen doen, maar zijn ook prima te gebruiken door leerlingen van het voortgezet onderwijs. 

Hoofdpagina van de site.
De trainingen zijn per vak opgezet (van A-Z) om studenten de mogelijkheden van vrije (wetenschappelijke) internetbronnen en internetvaardigheden te onderwijzen. 

“University students sometimes fail assignments or get poor marks because they rely too heavily on search engines or social media for their research and miss key academic sources, or because they do not evaluate the information they find online and cite inappropriate sources. Don't fall into these traps!” Met deze waarschuwing start elk tutorial.

Altijd belangrijk in je zoekproces: Baseer je op onderzoek uit het verleden (boeken, rapporten, etcetera). Dat betekent uitdrukkelijk niet dat de eerste tien hits van Google een samenvatting zijn van bestaand onderzoek. Gebruik vooral ook de databases die je eigen school virtueel aanbiedt. Onze school heeft ook een groot aantal abonnementen op databanken, die alleen op school zijn te raadplegen. Gebruik deze ook. Als je vooral naar wetenschappelijke artikelen zoekt gebruik je niet de gewone Google Search, maar Google Scholar. Betrek bij je onderzoek de professionele organisaties die onderdeel zijn van je onderzoek. Social Media kun je prima gebruiken, voor veel onderwerpen zijn goede podia te vinden waar online gediscussieerd wordt. Die moet je dan wel eerst opzoeken.

Je vindt op de site van de Virtual Trainig Suite ook links naar enkele trainingen in samenwerking met JISC Digital Media. Je leert daar professioneel zoeken naar beeld en geluid op het internet. Ook vind je hier de Engelstalige Internet Detective, waar je online research kunt leren.

Tot slot: Ook Nederlandse Hoge Scholen en Universiteiten hebben links en cursussen voor internetresearch. Minder praktisch vakgericht, maar een uitstekende pagina over alle ins en outs van professioneel zoeken is van de Haagse Hogeschool.

dinsdag 10 december 2013

IT Academy

De Nederlandse werknemer verliest dagelijks 8% van zijn werktijd aan slecht functionerende ICT en gebrekkige digitale vaardigheden. Omgerekend betekent dit een financiële strop van 19 miljard euro per jaar. Dit blijkt uit het vorig jaar verschenen rapport ‘Ctrl Alt Delete, productiviteitsverlies door ICT-problemen en ontoereikende digitale vaardigheden op het werk’ van de Universiteit Twente. Bedrijven en andere werkgevers moeten ook niet verwachten dat zij met het aannemen van jongeren automatisch digitale vaardigheden in huis halen. Dergelijke vaardigheden zullen altijd bij de werving moeten worden getoetst. Althans, volgens één van de tien aanbevelingen in het rapport. Werknemers onderschatten verder zelf hun digitale vaardigheden flink. 52% Van de ondervraagden leest bijvoorbeeld direct een binnenkomende e-mail terwijl dit een weinig efficiënte manier van e-mail gebruik is. Het rapport staat vol met dergelijke constateringen en is daarmee van groot belang voor werkgevers.

De onderwijssector is in hoge mate verantwoordelijk voor het afleveren van arbeidskrachten met de juiste vaardigheden, en dus - in samenwerking met het bedrijfsleven - de juiste partij om het tij te keren. Mede aan de hand van de tien aanbevelingen die in het rapport worden gepresenteerd, lanceerden SLBdiensten en SURFmarket - verbonden in de community Technologie&Onderwijs - in een samenwerking met Microsoft, de Microsoft IT Academy. Dit is een e-learning platform dat opleidingen in staat stelt de ICT vaardigheden van hun medewerkers en studenten/leerlingen te verbeteren. Online kunnen leerlingen/docenten hier bijvoorbeeld trainen in het gebruik van verschillende Microsoft Office programma's:

• Beginnersvaardigheden voor Microsoft Word

• Beginnersvaardigheden voor Microsoft Excel

• Beginnersvaardigheden voor Microsoft Powerpoint

• Beginnersvaardigheden voor Microsoft Outlook

• Microsoft Word voor gevorderden

• Microsoft Powerpoint voor gevorderden

• Microsoft Excel voor gevorderden

De cursussen zijn gratis toegankelijk voor leerlingen en medewerkers van onze school via inlog met je schoolaccount bij Slim.nl. Na het volgen van een cursus kun je een internationaal erkend certificaat behalen om je kennis 'officieel' te maken. Bij Slim kun je namelijk een voucher kopen van € 25,50 om één van de Office-certificaten te halen op een officiële examenlocatie.
Als leerling behaal je natuurlijk tijdwinst door slimmer gebruik van Office voor het huiswerk en werkstukken. Maar je verwerft natuurlijk vooral een internationaal erkend certificaat en verbetert daarmee je CV.

Op dit moment werkt het bestellen van de toegangscodes voor IT Academy via Slim.nl niet optimaal, meldt Slim. Omdat er wat technische problemen zijn met € 0,00 orders komt er een handmatige actie bij kijken die ongeveer 1x per week wordt uitgevoerd. Als je dus naar slim.nl/itacademy gaat en een gratis toegangscode bestelt, wacht je daarna (kan tot 1 week duren) tot je code in je orderhistorie verschijnt. Daarna kun als je in Magister inlogt gaan naar Elo -Bronnen - Ga naar externe applicatie - Kennisnet. 
Klik op IT Academy:



En dan:


• Zet vervolgens een vinkje bij “I accept the End User License Agreement”

• Vul de Access Code in die je hebt gevonden in je orderhistorie.

• Vul je School E-mail in en klik op Enter.



Deze inlogprocedure houden wij aan totdat het besluit is genomen om zelf op onze school een IT Academy op te zetten. Als we zelf een IT Academy opzetten (je wordt op de hoogte gehouden) ben je als leerling/docent automatisch ingelogd via de link in Magister en hoef je geen extra stappen meer te zetten.
Succes!

dinsdag 3 december 2013

Zelf een krant maken

Leerlingen uit de middenbouw werken in de Mediatheek wel eens aan een opdracht om een 'krant' te maken. Soms maken ze een aantal kolommen aan in Word en voegen daar dan foto’s en kopjes aan toe. In 2011 heb ik al eens aangegeven dat het maken van een digitale krant anno nu veel professioneler en mooier kan. De meeste digitale tools om een krant te maken bieden helaas nog geen mogelijkheid om (eventueel) logo en lettertype te veranderen. Tenminste niet bij de tools die mij bekend zijn. Wel leren de leerlingen bij elk van die tools op eenvoudige wijze een (voor)pagina van een krant samen te stellen. Zij leren in een paar woorden een pakkende en de inhoud dekkende kop te maken en leren ook te woekeren met ruimte en toch de boodschap duidelijk te laten overkomen.

Bij Krantenmaken kun je vier pagina’s vullen, zelf foto’s uploaden, maar lettertype en logo kun je niet veranderen. Alle teksten die in de voorbeeldkrant staan, zijn te wijzigen door er op te klikken. Je krijgt dan een venster waarin je de huidige tekst kunt aanpassen of vervangen door je eigen tekst uit bijvoorbeeld een Word document. Het resultaat is meteen zichtbaar. In de krant staan standaard een paar foto’s. Deze afbeeldingen zijn ook te wijzigen door er op te klikken. De leerling krijgt dan een venster waarin hij zijn eigen afbeeldingen kan uploaden. Door te klikken op opslaan in het menu kom je bij een mailformulier waar je de link (url) van de gemaakte krant naar jezelf kunt mailen. Het is verstandig om deze link direct aan jezelf te mailen zodat je hem niet vergeet. Anders ben je alles kwijt! Tevens dienen daarbij de gebruiksvoorwaarden geaccepteerd te worden. Bij Zelfkrantmaken maak je alleen een voorpagina en kun je eveneens niets aan de opmaak veranderen. Je bewaart jouw versie op dezelfde wijze dan bij Krantenmaken. Je krijgt hier echter twee links, één is bedoeld om door te sturen naar de docent of andere geïnteresseerden. Deze kan dan de krant van de leerlingen bekijken, maar er niets in wijzigen.

Je zou een les kunnen inleiden met alle voorpagina’s van kranten van over de hele wereld van die dag. Ook interessant om nieuws bespreekbaar te maken is het online krantenoverzichtKidon en Paperboy die je een compleet overzicht tonen van kranten (en media) van over de hele wereld. Ik neem hier uit de Vives van 10 januari 2011 ook een aantal goede lestips over: “In het voortgezet onderwijs kunt u denken aan een krantenartikel bij een geschiedenisopdracht. Hoe zou de voorpagina van een krant op 10 november 1989 eruit kunnen zien, de dag na het vallen van de Berlijnse muur? Of bij vreemde talenonderwijs: maak een krantenpagina met verschillende soorten nieuws (binnenlands, buitenlands, het weer, et cetera) uit het land van de doeltaal. Bij Nederlands is het een goede oefening om het schrijven van artikelen onder de knie te krijgen. En bij maatschappijleer kunt u de klas onderverdelen in soorten kranten, links of rechts georiënteerd, en de opdracht geven om het nieuws van de week te verslaan. Dit kan worden gecombineerd met een discussie over politieke stromingen”.



Lay-out wijzigen en (beperkt) lettertypes kiezen, dat kan wel bij de veel professionelere Krantenmaker. Een uitgebreide handleiding loodst de leerlingen door het programma. Krantenmaker Flits is voor individueel gebruik, met Krantenmaker Blits werk je met een heuse redactie en boots je een echte krant zo goed mogelijk na. In de KrantenMaker Blits neemt de hoofdredacteur de leiding over de krant. Een hoofdredacteur maakt ofwel alleen een krant, ofwel organiseert hij het werk in de groep en verdeelt hij de taken onder de redacteurs. Een hoofdredacteur beschikt over alle rechten van de krant. Dat betekent dat hij in de hele krant kan editen en wijzigingen aanbrengen. Redacteurs kunnen dat niet. Zij hebben enkel rechten op die delen van de krant die hen zijn toegewezen door de hoofdredacteur. Zowel de hoofdredacteur als redacteuren zijn tekstschrijvers en/of fotografen. Er kan een keuze gemaakt worden voor: Actualiteit, Cultuur, Economie, Lifestyle etcetera. Lesmateriaal is door de leerkracht na registratie te downloaden. Op Wikiwijs vind je tevens een pakkend stappenplan waar leerlingen zo mee aan de slag kunnen.


Maar, we leven nu en dit is ook een tijd van digitale kranten. Altijd al eens willen weten hoe een digitale krant werkt? De website waarop dat wordt uitgelegd bestaat uit tien onderwerpen. Opdrachten vind je in een opgavenboekje, hierin kan de leerling de antwoorden opschrijven. De docent vindt het volledige materiaal op de site.

Laat de leerlingen ook eens nadenken over bijvoorbeeld een eigen lettertype en/of logo. Zoals we gezien hebben bieden de meeste tools om een krant te maken geen mogelijkheid om (eventueel) logo en lettertype te veranderen. Wel leren de leerlingen op eenvoudige wijze een (voor)pagina van een krant samen te stellen en bij Krantenmaker kun je met voorgeselecteerde lay-out en lettertypen spelen. De syntaxis of vormgeving van een krant is echter van groot belang. Paul Steenhuis schreef een leerzaam overzicht van 40 jaar vormgeving van het NRC. In een volgende post zal ik tools om lettertypes en logo’s te ontwerpen behandelen.

Zie ook: Een krant maken, maar dan anders en de Schooltv Beeldbank

dinsdag 26 november 2013

Lezen voor je date

Nederlandse basis- en middelbare scholieren hebben in vergelijking met kinderen uit andere landen een negatieve houding tegenover het lezen. Hun gemiddelde leesattitude schommelt rond ‘neutraal’. Als kinderen ouder worden, gaan ze lezen als minder leuk beschouwen, aldus Leesmonitor. De Leesmonitor is een initiatief van Stichting Lezen, het kennis- en expertisecentrum voor leesbevordering en literatuureducatie. Amerikaanse cijfers uit dezelfde periode benadrukken dat de Facebook generatie juist veel leest. 83 procent van de Amerikanen tussen de 16 en 29 jaar heeft het afgelopen jaar een boek gelezen. 76 procent van hen zegt ook wel eens voor eigen plezier te lezen. Ook van de bibliotheek wordt vaak gebruik gemaakt. 60 procent van de Amerikanen onder de 30 bezocht een bibliotheek. Dat blijkt uit recent onderzoek van Pew Research Center's Internet and American Life Project naar het leesgedrag van Amerikaanse jongeren en het gebruik van de bibliotheek.
Recent onderzoek toont dit ook voor Nederland aan: “62 procent van de jongeren vindt het lezen van boeken een leuke vrijetijdsbesteding. Dat neemt toe als ze ouder worden: jongeren van 21 tot 25 jaar vinden lezen significant leuker dan jongeren van 14 tot 20 jaar. Jongvolwassenen zijn ook de meest fervente lezers. Waar de leesfrequentie tussen 14- en 20-jarige leeftijd gestaag afneemt, begint deze vanaf het 21e levensjaar weer te klimmen.”
Stichting Lezen publiceerde onlangs De aarzelende lezer over de streep. Lezen draagt in belangrijke mate bij aan een succesvolle schoolcarrière van kinderen. “Maar lezen is voor lang niet alle kinderen vanzelfsprekend, velen hebben een steuntje in de rug nodig.” De bundel is het resultaat van het wetenschappelijk congres van Stichting Lezen eind 2012. De auteurs belichten in de hier gebundelde bijdragen verschillende aspecten van de leesontwikkeling van aarzelende lezers. Waaruit bestaat die aarzeling eigenlijk? Is het niet willen of niet kunnen lezen? En wat is de rol van het aanbod? De bijdragen bieden theoretische achtergronden en resultaten van onderzoek, maar sluiten steeds af met de voor de praktijk meest relevante vraag: hoe bereik en stimuleer je de aarzelende lezer? Een en ander heeft in elk geval geleidt tot een steeds groter wordende Nederlandse (digitale) hausse rond jongeren en lezen.

Een aantal (digitale) voorbeelden: om het lezen op de basisschool te stimuleren is onder meer Yoleo ontwikkeld. Yoleo is een online leesspel dat bedoeld is om kinderen van 8 tot 12 jaar zelfstandig en met plezier is laten lezen. In een hybride boek staan de combinatie van de tekst van het boek, de auditieve ondersteuning door het voorlezen van de tekst door een menselijke stem en een gele meeleescursor (‘karaoke-lezen’) per woord centraal. Deze hybride vorm is uniek in Nederland en werkt vooral positief bij kinderen die lezen lastig vinden, aldus Informatie Professional dat hierover in november berichtte.
Boek en Jeugd Online is een doorzoekbare database, waarin een ruime selectie jeugdboeken is opgenomen. Het gaat daarbij om de mooiste, leukste of meest bruikbare titels uit het grote aanbod van kinder- en jeugdboeken. Maar er is meer, veel meer. Een (lang niet volledig) overzicht: voor de eerste stappen op weg naar literatuur is er Youngadults. Young Adult boeken (D) sluiten zo veel mogelijk aan bij de jonge lezer. Vaak is de hoofdpersoon een jongeren en gaat het over zaken die jongeren bezighouden en waarin ze iets van zichzelf herkennen. Thema’s als verliefdheid, seks en volwassen worden staan vaak centraal.
Ook bibliotheken doen hun best. Hier een voorbeeld van de Bibliotheek Zuid-Hollandse Delta: “Lezen voor de lijst kan leuk zijn, als je maar het juiste boek vindt... Er zijn heel handige sites die je kunnen helpen bij het kiezen van een boek of het maken van een boekverslag. Een heel handige site is de Boekenzoeker, geef aan waar je van houdt en de Boekenzoeker levert je kant-en-klare titels aan!” Zit je op de HAVO of op het VWO dan vindt je geschikte tips op Leesmij.nu. Deze site geeft je boekentips met filmpjes en extra informatie om je op weg te helpen. “Het is een webplek waar korte filmpjes de bezoeker uitnodigen tot lezen, waar je kunt ontdekken of een boek iets voor jou is.” Op de website worden op dit moment 45 titels gepresenteerd.
Als VMBO'er moet je een fictiedossier aanleggen. Een handige hulp daarbij is VMBO Fictiedossier. Hier wordt veel met beelden gewerkt, waardoor het zoeken makkelijker gaat. De titels zijn geschikt voor de lijst. Voor het VMBO is er ook (het betaalde) Leescase. Leeskr8! is bedoeld voor leerlingen uit de onderbouw vmbo en praktijkonderwijs in de leeftijd van 13–15 jaar. Doel is Het vergroten van het leesplezier (fictie en non-fictie) bij jongeren en het vergroten van de woordenschat en de innerlijke wereld en verbeeldingskracht. Er is verder nog Lezen voor de Lijst met niveau-indeling en bij De Weddenschap dagen drie Bekende Nederlanders scholieren uit drie boeken te lezen in een half jaar tijd. Dat doen zij zelf ook. De uitdagers van dit jaar zijn Pierre Wind, Stacey Rookhuizen en Mamoun Elyounoussi. Kies voor De Weddenschap boeken die je leuk vindt, er zijn zelfs prijzen te winnen! Elk Nederlandstalig boek is geschikt als het maar past bij je leeftijd. Wie drie boeken heeft gelezen maakt kans op een van de prijzen.
Op Facebook hebben we nog de Leesfabriek. De Leesfabrieksite wordt gerund door een aantal bevlogen redacteuren tussen de 15 en 25 jaar met een gedeelde passie voor lezen. Interviews, boekrecensies, nieuws en actualiteiten, de Leesfabriek levert op allerlei manieren. De Leesfabriek heeft via social media een groot digitaal netwerk voor jonge (15-25) boekenlezers uitgezet. Naast een Facebookpagina is De Leesfabriek ook actief op Twitter en heeft een eigen YouTube-kanaal.



Vanaf 1 mei 2013 kan de literair geïnteresseerde jongere ook nog terecht op passionateplatform, een plek waar primaire en secundaire literatuur in al haar verschijningsvormen te ontdekken is. Naast interviews, verhalen, strips, poëzie en recensies, is er veel ruimte voor multimedia en uitgebreid aandacht voor jong literair talent. De inhoud wordt verzorgd door een vaste redactie, ondersteund door gastredacteuren en -bloggers. Passionate Bulkboek is dé landelijke organisatie op het gebied van Nederlandse letteren en jongeren. Het platform is een logisch vervolg op het papieren Passionate Magazine, dat altijd al veel aandacht besteedde aan de multimediale aspecten van de literatuur, en aan de grensgebieden tussen literatuur en andere disciplines zoals journalistiek, film, muziek en strips. Niet meer gebonden aan een aantal pagina’s en verschijningsdata, is de content nu overal te bekijken en altijd actueel.

Misschien is een initiatief van het Letterkundig Museum en het Nationale toneel nog de meest aansprekende wijze om jongeren aan het lezen te krijgen. De educatieve website die aan het initiatief is gekoppeld is werkelijk geweldig. PrimaOnderwijs : “De educatieve site stimuleert een gesprek over morele en maatschappelijke dilemma’s en prikkelt om Harry Mulisch’ meesterwerk te (her)lezen.” 

In de Mediatheek merken wij - en ook docenten klagen hier over - dat jongeren steeds minder vaak (lange stukken) lezen. Of dat nu fictie of non-fictie is, stukken groter dan wat op een gemiddeld beeldscherm past, worden als moeilijk ervaren. Mediathecarissen zullen ook onmiddellijk de situatie herkennen waarin leerlingen zeggen: “Een papieren encyclopedie? Ik ga toch niet dat hele boek lezen …!?” 
Hebben wij in het onderwijs te lang genoegen genomen met knip en plakwerk van kleine stukken tekst uit Wikipedia en andere, meer dubieuze bronnen? Zijn wij zelf een tijd een beetje in de (digitale) war geweest? Ik weet het niet, maar hoop dat docenten meer aandacht krijgen voor dit probleem (en dan bedoel ik niet alleen de docenten Nederlands).

Tot slot: Misschien kan dit argument uit de New York Times jongeren over de streep helpen, want wist je dat je beter voorbereid bent op bijvoorbeeld een blind date als je serieuze literaire fictie hebt gelezen?

Zie ook: Lees mij! en Jongeren en leesbevordering

dinsdag 19 november 2013

Online privacy

Mogen anderen eigenlijk weten met welke zoektermen jij gisteren hebt gezocht? En, ben jij iemand die zich er over verbaast dat iedereen zo maar kan zien wat jij op sociale media hebt gezet? Als je offline met een vriend over een kennisje roddelt, doe je dat dan in een open microfoon? Natuurlijk niet, lijkt mij, maar in het dagelijks offline leven is de scheidslijn tussen privé en publiek blijkbaar veel duidelijker dan online. Er is geen mens, die bij het aanmaken van een nieuw account, aarzelt bij het aanvinken van ‘akkoord’ zonder eerst de voorwaarden te hebben gelezen. Toch zou je bijvoorbeeld nooit zo maar je paspoort of id-kaart uit handen geven. Tenminste, daar ga ik dan maar van uit. Je laat - neem ik aan - ook je deur niet openstaan als je ‘s ochtends weg gaat. Ruim 80% van de jongeren onder de 20 jaar gedraagt zich op internet echter wel op een onveilige manier. Zo gebruiken ze bijvoorbeeld hetzelfde wachtwoord voor al hun accounts. Ze houden geen rekening met de bescherming van hun persoonsgegevens en ze maken slechts zelden een back-up. Dit blijkt uit het vorig jaar gehouden onderzoek 'Onderhoud en veiligheid van uw digitale omgeving' van leerlingen van het ROC ID College in Woerden (Bron: Informatie Professional). Ander onderzoek wijst uit dat jongeren van 12 tot 16 zichzelf wel verantwoordelijk vinden voor een veilige en sociale internetomgeving. Daarnaast leggen ze een deel van de verantwoordelijkheid ook neer bij de overheid en bedrijven die sites exploiteren (Safer Internet Day, 2013).

Privacy ligt online dus allemaal wat ingewikkelder en het kost ook nog eens veel tijd om je er in te verdiepen waar en hoe de privacyinstellingen van alle apps en software werken. Toch is het heel belangrijk om je daar meer bewust van te worden, want je kunt zelf een hoop doen. De consumentenbond heeft een goede, duidelijke handleiding uitgegeven getiteld Online Privacy: onbespied op internet (in de Mediatheek te leen). Met deze handleiding kun je er voor zorgen dat ook jouw digitale leven privé blijft en je daardoor in elk geval niet in de problemen komt. En pas daarbij dan ook je offline gedrag aan want wist je bijvoorbeeld dat als je jouw computer onbeheerd achterlaat, je wachtwoord laat rondslingeren of iemand over jouw schouder laat meekijken, diegene die hiervan misbruik maakt niet strafbaar is? Het boek behandelt verder alle onderwerpen rond privacy en wetgeving, maar ook welke instellingen aangepast moeten worden voor het veilig surfen, e-mailen en onderhouden van contacten op de bekende vriendensites. Naast het werken op je pc wordt er ook aandacht besteedt aan het mobiele internetgebruik binnens- en buitenshuis en het gebruik van een smartphone.

Naar aanleiding van het boven genoemde onderzoek van het ROC is in samenwerking met ICTWaarborg Nederland Veilig Online opgezet. Hier vind je veel informatie, maar je kunt ook beginnen met de checklist privacy die de Consumentenbond op internet heeft gezet. Je komt dan tevens bij een stappenplan om je Facebook veiliger te maken. De consumentenbond heeft ook video’s online gezet die bij het boek Online Privacy horen. In luttele minuten worden cookies en tracking uitgelegd en wordt je stap voor stap verteld hoe je je instellingen kan veranderen. Dankzij de vele tips en stappenplannen met duidelijke illustraties en verwijzingen naar instructiefilmpjes op de website van de Consumentenbond kan iedereen zich op alle fronten wapenen tegen een inbreuk op zijn online-privacy.

Er zijn intussen zeer vele initiatieven om je bewust te maken van het beschermen van je online veiligheid. Meer algemeen gaat mijnprivacy van het College bescherming persoonsgegegevens in op de bescherming van je persoonsgegevens. Hier vind je echter ook informatie over privacy op internet en wat je kunt doen als die wordt geschonden. Bits of Freedom (BOF) is een burgerrechtenbeweging die opkomt voor vrijheid en privacy op internet. Deze grondrechten zijn onmisbaar voor je ontplooiing, technologische innovatie en de rechtsstaat, aldus BOF. Maar die vrijheid is niet vanzelfsprekend. Je gegevens worden opgeslagen en geanalyseerd. Je internetverkeer wordt afgeknepen en geblokkeerd. Bits of Freedom zorgt ervoor dat jouw internet jouw zaak blijft, aldus de organisatie Je kunt ook hier veel informatie vinden om ook vrij te kunnen blijven mailen, surfen en bloggen. Kijk in elk geval eens naar de tools die jouw voetsporen verkleinen.

Veilig internet voor kinderen is een van de focusgebieden binnen de programmalijn Digiveilig vanuit haar rol als Nederlands Safer Internet Centre, gecofinancieerd vanuit het Safer Internet Programme van de Europese Commissie . Binnen Digiveilig worden (voorlichtings)activiteiten ingericht om kinderen, ouders en docenten bewust te maken van online gevaren en de maatregelen die zij hier tegen kunnen nemen. Wil je meer informatie over wat je als privégebruiker allemaal nog meer kunt doen, kijk dan ook eens op Digibewust, onderdeel van het programma Digivaardig en Digiveilig.

Verder kun je - zoals je bij de tools van BOF al zag - je zoekmachine aanpassen. Al langer bestaat startpagina van Ixquick, waar je gewoon de webresultaten van Google krijgt in volledige privacy. Onlangs werd Disconnect gelanceerd, dat je als extensie in je Chromebalk kunt zetten. Standaard kun je dan zoeken met Disconnect Search.



Ook Blippex is nieuw. De makers van Blippex waarderen sites op basis van de tijd die mensen er doorbrengen. Het gaat niet om links tussen machines, maar wat mensen interessant vinden. Blippex biedt verder veel meer privacy dan Google Search. Blippex legt geen IP-adressen en eerder bezochte sites van gebruikers vast, maar houdt alleen bij hoe lang iemand op een site verblijft (Informatie-Professional, 08-2013).

Nadat je alles veilig hebt ingesteld en je je gedrag hebt aangepast kun je toch nog in de problemen komen. Bij problemen als pesten en lastigvallen gebruik je de Meldknop. Deze staat standaard als link op elke pc op school onder Mediatheek. De Meldknop kan nog wel wat meer naamsbekendheid gebruiken want uit onderzoek, waarin onder meer de Meldknop werd geëvalueerd, bleek dat slechts twee op de tien jongeren en ouders wel eens van de Meldknop hebben gehoord.

Zie ook: Panopticon - de docu over jouw privacy (57 min.) of het Belgische Click Safe
Meedoen aan een MOOC over online privacy?

woensdag 13 november 2013

Toekomstvisie



Bovenstaande video is weliswaar al weer ‘oud’ nieuws, maar komt nog steeds een beetje als science fiction over. Of wij in de toekomst overal zo gaan winkelen hangt natuurlijk van heel veel factoren af, maar technisch gezien is het in elk geval mogelijk. We hebben in de Mediatheek nogal wat boeken en dvd’s over hoe de toekomst er uit zou kunnen zien met nieuwe technologieën. Groeten uit 2030 bijvoorbeeld is een zeer leesbaar (ook middenbouw) en onlangs door de Mediatheek aangeschaft boek van Jan Paul Schutten. De auteur duikt de wondere wereld van de wetenschap in en laat zien wat er in de toekomst allemaal mogelijk is. Die toekomst wordt voor een groot gedeelte vormgegeven door vergaande digitalisering. Wat betekent dat voor onze huizen, welke energie wekken we op, kunnen we straks nieren printen en wat gaat robotica betekenen? 

Het gaat hard. Die snelheid van steeds maar verder oprukkende digitalisering beroert natuurlijk ook het onderwijs. Eindelijk heb je een mooi dichtgetimmerd mediaprotocol voor je school waarin je alle zaken bij naam hebt genoemd en duidelijke regels hebt opgesteld. Tevreden leun je achterover en dan …? Hoewel het verbod op smartphones goed wordt nageleefd op je school blijken er toch foto’s gemaakt in de les. Misschien niet aan de smartwatch gedacht?



Konden we maar in de toekomst kijken. Dat kunnen we helaas niet, maar we kunnen wel trends aangeven die direct zullen inwerken op onze Vrije School beginselen. Wat zijn enkele van die trends waar wij als Vrije Scholen mee te maken kunnen krijgen?

Wifi kinderen
Kinderen ‘spelen’ steeds jonger met mobiele devices. Uit onderzoek, dat in mei van dit jaar werd uitgevoerd onder 1000 ouders met kinderen tussen 0 en 7 jaar door Mijn Kind Online (in opdracht van Mediawijzer.net), blijkt dat 1 op de 3 één-jarige kinderen geregeld of vaak op een tablet speelt. In 2012 was dit nog 1 op de 8 één-jarigen. Bij de driejarigen is dit zelfs al meer dan de helft van de kinderen. Vooral educatieve spelletjes, geheugenspelletjes en filmpjes zijn populair. Het merendeel van de ouders is positief over mediagebruik van hun kinderen. Ze zeggen dat het goed is voor de ontwikkeling van hun kind en voor later op school. Cijfers uit Engeland bevestigen deze trend. Ook wij zullen dus meer en meer leerlingen op school krijgen voor wie digitaal mediagebruik al op vrij jonge leeftijd normaal is. In plaats van de wereld voelend en spelend te ontdekken bewegen deze kinderen juist veel minder en spiegelen zij zich aan een tweedimensionale wereld. 

Mobiele leven 
Extend Limits, dat zich bezig houdt met trendwatching en toekomstdenken, richt zich op het toegankelijk maken van signalen, trends en ontwikkelingen die bepalend zijn voor de toekomst. Mobile society is volgens Extend Limits een trend waarin mobiel handelen centraal staat. Steeds meer aspecten van ons leven worden beïnvloed door mobiele technologie. Je moet dan denken aan bijvoorbeeld apps en het mobiele internet. ‘Mobile society is de trend dat ons functioneren steeds afhankelijker wordt van mobiele technologie en verrijkt door mobiele dienstverlening die daadwerkelijk contextueel en persoonlijk is’, aldus Extend Limits. Dit alles zal invloed hebben op de wijze waarop we onze dag indelen en onze tijd besteden. Het CBS geeft wat cijfers. De sturing van eigen gedachten, gevoelens en wilsimpulsen en het onderscheid tussen de eigen binnenwereld en de buitenwereld van opgroeiende kinderen raken hiermee in de verdrukking. 

Access-soires
Steeds meer ‘gewone’ (gebruiks)voorwerpen als brillen (Google Glass), horloges en ook kleding krijgen een digitale component. Hier zul je op school duidelijke afspraken over moeten gaan maken en gezien de snelle ontwikkelingen dienen protocollen dan ook niet te specifiek zijn. 



Bloei van de beeldcultuur
Extend Limits: De beeldcultuur wordt officieel omschreven als een maatschappelijke ontwikkeling waarbij visuele beelden een indringende rol spelen in communicatieve situaties. De beeldcultuur bestaat al jaren maar versnelt nu door nieuwe technologische mogelijkheden. De beeldcultuur is een duidelijke trend binnen communicatie. We denken en doen steeds meer in beeld. Wat gebeurt er echter als tekstuele communicatie onder druk komt te staan? Kunnen leerlingen straks nog de concentratie opbrengen om een heel boek of artikel te lezen? En wat betekent dat voor ons onderwijs? En dan is er ook nog Manfred Spitzer, een Duitse psychiater. Hij betoogt in zijn boek Digitale Dementie: hoe wij ons verstand kapotmaken dat kinderen leren van werkelijk contact met mensen, van echte ervaringen – en niet van beeldschermen überhaupt. Hoe nemen wij stelling?

Mobiel leren 
Heeft te maken met de beschreven bloei van de beeldcultuur. Je bent momenteel als docent al lang niet meer de enige leverancier van kennis. Eerder al schreef ik over de Massive Open Online Cources en de Kahn Academy die voor iedereen beschikbaar zijn op het internet. Jongeren zoeken en bieden zélf informatie middels hun eigen online platformen. Deze platformen zullen voor de buitenwacht steeds meer onzichtbaar én ontoegankelijk zijn. Wie goed naar zijn leerlingen luistert weet dat zij ondertussen naast de gewone docent onderling ook gebruik maken van docenten die hun lessen en uitleg van een bepaald onderwerp online hebben gezet. Sommige scholieren bekijken filmpjes via YouTube ter voorbereiding op hun examen, anderen gebruiken HuiswerkTV. Op virtuele platforms vinden experts en leerlingen of geïnteresseerden elkaar. Wat zal dit gaan betekenen voor de relatie docent-scholier?

3D printen
De hype van dit moment is 3D printen. Alhoewel de basis van het huidige 3D printen al in de jaren zeventig van de vorige eeuw werd gelegd, gaat het nu heel snel en wordt soms gesproken van de Derde Industriële Revolutie. Als we naar het productieproces van goederen kijken wordt ontwerpen (de fase waarin bijvoorbeeld Nederland goed is) hiermee veel belangrijker. De productie wordt steeds minder waardevol en hoeft ook niet meer in lage lonen landen plaats te vinden.
Liever 3D printen dan blijven figuurzagen kopte Trouw op 1 Oktober van dit jaar. Daarmee doelt de krant op het voorstel van Tweede Kamerlid Anne-Wil Lucas om kinderen op de lagere scholen niet te leren figuurzagen, maar te onderwijzen in het ontwerpen van 3D-modellen. Lucas kijkt naar Engeland waar de Britten op hun scholen het onderwijs in 3D-modelleren willen integreren. Engeland wil ver gaan: Kinderen vanaf 5 jaar krijgen vanaf 2014 technologielessen waarin ze leren over de laatste ontwikkelingen. Tussen 5 en 7 jaar leren ze met met verschillende middelen hoe ze structuren kunnen bouwen. Vanaf 7 jaar krijgen ze een introductie over het gebruik van elektronische systemen in producten. Op het voortgezet onderwijs moeten kinderen zelf producten ontwerpen en presenteren. 3D-printers komen standaard in elke school. Op 21 Britse scholen wordt nu met steun van het ministerie van Onderwijs geëxperimenteerd met 3D-printers. Binnenkort worden voor zestig andere scholen 3D-printers aangeschaft. De al eerder aangehaalde Extend Limits ziet de consument in de toekomst ook producent worden. Technologie zorgt ervoor dat het creatieproces steeds toegankelijker wordt en de ongelimiteerde toegang tot kennis en kunde maakt dat de creatieve geest van een ieder kan uitmonden in producten. De 'Do It Yourself' trend ontwikkelt zich naar een trend van grenzeloos creëren. Maar ..., in plaats van figuurzagen?

Star Trek nu
De zichtbare grens tussen technologie en mens verdwijnt. Dit houdt in dat de menselijke natuurlijke gebreken en/of zwakheden door technologie steeds vaker worden opgeheven. Technologie komt in het menselijk lichaam terecht en kan hiermee lichamelijke functies versterken, verbeteren, ondersteunen enzovoort. Belangrijk aspect binnen deze trend is de grens van wat wel en wat niet ethisch acceptabel is. Extend Limits noemt deze trend de Rise of Humanware. Tegenlicht wijdde een aflevering aan de Techmens.

Herwaardering offline
Onlangs nog was in het nieuws dat de student Bram van Montfoort een heel jaar leefde zonder online te zijn. Hij maakte aan het begin van zijn project bekend een jaar zonder internet en mobiele telefoon te willen leven. Als experiment, want hij merkte dat hij meer en meer online was. Om de haverklap checkte hij Facebook, Twitter en Gmail en ook nog even YouTube om te kijken hoe vaak zijn filmpjes waren bekeken. Hij kon zich geen leven zonder internet voorstellen. Nu heeft hij er een (papieren) boek over geschreven. De auteur doet uitgebreid verslag van zijn ervaringen, hoe boeken, telefoon, radio en televisie weer belangrijk worden, net als de bibliotheek en brieven schrijven, maar ook dat hij eenzaam is, want hoe spreek je af? Studiepunten halen ging veel sneller, want hij had nu zeeën van tijd. Bij Extend Limits heet de trend Contra Digitaal. Je kunt op de site ikbenoffline het offline ganzenbordspel aanvragen als je ook moeite hebt met het inlassen van een Sociale Media pauze. ‘Ben jij geneigd om elke minuut je mobieltje te checken? Slaap je soms te weinig omdat je te lang online bent? Vind jij jezelf verslaafd aan Sociale Media? In al die gevallen maakt het offline ganzenbordspel social media stress bespreekbaar’, aldus de site.
In deze trend passen ook stilteruimtes binnen scholen waar je geen gebruik mag maken van internet en mobiele apparaten. Ook onze school werkt momenteel aan (bouw)plannen om een dergelijke permanente stilteruimte te faciliteren.

Het zijn zo maar wat trends die onze school en ons onderwijs zeker gaan raken. Misschien heb je aanvullingen of heb je een mening over enkele van de gesignaleerde trends? Reageer! 

Voor nog meer toekomst : Simplyzesty

dinsdag 5 november 2013

Help, het aardgas is op! Lesmateriaal over energie.

Wat als het aardgas op is? Gas, maar ook olie en kolen zijn niet meer genoeg voorradig om in onze toekomstige energiebehoefte te voorzien. Welke energiebronnen zijn betaalbaar, beschikbaar en duurzaam genoeg om aan de groeiende vraag naar energie te voldoen? Het is een complex vraagstuk dat ook nog eens van veel factoren afhankelijk is. De vraag wordt behandeld in de film Energy Future uit 2011, een film over de voor- en nadelen van de belangrijkste energiebronnen uit onze energiemix tussen 2011 en 2030. De film werd gemaakt op initiatief van onder meer Shell en Watt nu? in het kader van het Energy Future programma (2011). Het is een prima inleiding voor leerlingen die zich in deze materie willen verdiepen.
Het Energy Future programma is ontwikkeld voor iedereen die geïnteresseerd is in en zich betrokken voelt bij de huidige en toekomstige energievoorziening. Uit het Rapport Kennis over en de houding ten opzichte van energievoorziening van de Nederlander (2011, Synovate). blijkt dat dit bijna de helft (46%) van de Nederlanders betreft. “Bij het Nederlandse publiek blijkt zorg en onduidelijkheid te bestaan over de toekomst van onze energie. Daarom heeft onder meer Shell het programma zo ontwikkeld dat het voor iedereen toegankelijk is, inspireert en open staat voor visies. Ook de visies van andere partijen,” vertelt Dick Benschop. President-directeur Shell Nederland B.V., Hij lanceerde in september 2011 het Energy Future programma. “Met onder andere deze informatieve film willen we bereiken dat de kijker denkt: vandaag heb ik iets nieuws gehoord en dat zet mij aan het denken over energie.” 



Jongeren zijn al redelijk op de hoogte als het gaat om energievraagstukken. Ze denken bij energieopwekking met name aan duurzame energiebronnen en zijn ze goed op de hoogte van welke activiteiten veel energie kosten. In 2012 is er onderzoek gedaan naar de houding van jongeren van 17 tot 27 jaar tegenover het gebruik van energie. Vier op de tien jongeren zijn bezorgd over de toekomstige energievoorziening al vinden ze ook dat de verduurzaming van de energievoorziening met name een taak voor de overheid en energiemaatschappijen is. Ook vinden ze dat de overheid duurzame energievoorziening en de ontwikkeling daarvan moet stimuleren. Veel jongeren nemen energiebesparende maatregelen maar veel maatregelen worden ook niet genomen. Zo laten bijvoorbeeld nog veel jongeren hun oplader in het stopcontact zitten als de telefoon al opgeladen is. Jongeren geven zichzelf wel een hoger rapportcijfer dan hun directe omgeving of heel Nederland als het gaat om duurzaamheid. Zij zijn verder verdeeld als ze moeten kiezen tussen lagere energiekosten en schone energie. Het rapport biedt een keur aan onderwerpen waarover kan worden doorgepraat in de les.
De talkshow Watt nu? kan bij het structureren van de discussie misschien ook nog richtlijnen geven. Het is een programma over de energietoekomst van Nederland dat op RTL XL wordt uitgezonden. Je kunt het prachtig inzetten in je les. Met de Energy Mixer kun je na het invullen van negen vragen de eigen energiemix van je leerlingen samenstellen. Leerlingen kunnen verder aan het werk met vragen of toetsen bij de film Energy Future.
In het Energietransitiemodel kunnen de leerlingen hun keuzes voor de energietoekomst zelf in kaart brengen. Bovendien helpt het model om de consequenties van alle mogelijke keuzes op het gebied van de energietransitie - de overvang van vuile eindige energiebronnen naar schone duurzame bronnen - realistisch weer te geven. Je begint eerst met de basisversie, een game waarmee de leerlingen met een realistisch model scores kunnen behalen. Als je uitgespeeld bent op het eerste niveau van het spel kun je door naar het echte werk en een energietoekomst bouwen met de professionele versie. Neem eerst een kijkje bij bestaande scenario’s in de professionele versie. Daarna kun je zelf een scenario maken met het Energietransitiemodel pro. Dit model is wel behoorlijk pittig en wordt ook door professionals gebruikt. We hebben het steeds over de energietoekomst van Nederland, maar de energiestrategie voor heel Europa vind je hier.

Wil je de leerlingen eerst nog meer kennis laten vergaren over verschillende energiebronnen? Er zijn prachtige sites over de geschiedenis en de toekomst van het aardgas in Nederland, over windenergie, blauwe energie, zonne-energie uit water (blauwe energie), het nul-energie huis en Schooltv heeft een klimaatdossier met veel informatie. Een scheikundige invalshoek biedt Fuel AlternativesVoor leerlingen in de middenbouw is er nog energiegenie en het Eneco windlab.

Zie ook: Wat doen we straks als onze fossiele brandstoffen op zijn?

dinsdag 29 oktober 2013

Qompas Magazine

Het vertrouwde Qompas Open Dagen Magazine, dat altijd in de Mediatheek aan de leerlingen werd aangeboden, gaat digitaal. Het heet nu QM! Vanaf begin september 2013 is QM! (Compas Magazine) voor iedereen online te lezen. Het nieuwe online magazine staat vol met artikelen over het maken van een passende studiekeuze, interviews met studenten over hun studie en de koppeling tussen studies en de arbeidsmarkt. In de eerste uitgave van QM! wordt onder andere aandacht besteed aan studeren in het buitenland, de KNAW onderwijsprijsvoor het beste profielwerkstuk en bèta studies als baangarantie. Onderzoek, aldus QM!, toont namelijk aan dat we in Nederland op termijn zo’n 30.000 technische mensen tekort gaan komen. Let wel even op: scrollen binnen een artikel gebeurt met de scrolknop midden onder. Met de scrolknoppen links en rechts scrol je door de artikelen van het magazine.
Naast de vaste, redactionele input is er in Qompas Magazine ruimte voor opleidingspresentaties en interviews met bestuurders, decanen of opleidingsinstituten. Het doel is om de leerlingen zo breed mogelijk te informeren over de persoonlijke ontwikkeling van gelijkgestemden en over kansen en mogelijkheden binnen het hoger én wetenschappelijk onderwijs. Klik hier om het nieuwe online magazine te bekijken.
Leerlingen kunnen in het eerste nummer hun stem uitbrengen over ‘Wat is voor jou de belangrijkste overweging bij het maken van een studiekeuze?’. Ook kunnen leerlingen online filmpjes bekijken. De verschillende filmpjes geven leerlingen de indruk van een bepaalde studie of beroep. Eveneens handig - en ook van Qompas - is de Open Dagen Kalender.

Voor beroepenoriëntatie kun je trouwens ook terecht bij een zeer volledige Kennisnetpagina. Eerder al vermeldde ik dat LinkedIn de leeftijd voor deelname verlaagde naar 16 jaar (Nederland). LinkedIn Universiteitspagina’s maken nu vroeg contact met universiteiten mogelijk. Met deze nieuwe dienst wil LinkedIn scholieren en studenten helpen in hun zoektocht naar een passende (Hogere) onderwijsinstelling of studie.

dinsdag 15 oktober 2013

Donorwise

De jaarlijkse Donorweek is gisteren begonnen en duurt nog tot en met 20 oktober. Op allerlei manieren vragen de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS), de gezondheidsfondsen en het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) in deze week aandacht voor orgaan- en weefseldonatie. Donorregistratie is een belangrijk maatschappelijk onderwerp dat iedereen aangaat. Jaarlijks ontvangen alle jongeren die 18 zijn geworden een informatieparket van de minister van VWS. Hierin zitten een brief van het Donorregister, een brochure en een donorformulier. In de brief wordt hen gevraagd een keuze te maken over orgaandonatie en hun keuze vast te leggen in het Donorregister. Van de jongeren die nog niet geregistreerd staan, twijfelt 40% nog. Dit blijkt uit representatief onderzoek uitgevoerd onder jongeren geboren in 1994 in opdracht van de NTS. 'Het blijkt dat jongeren voornamelijk worden gemotiveerd om zich te registreren omdat ze hiermee levens kunnen redden. Ook vinden ze het belangrijk om hun eigen keuze te maken en de beslissing dus niet na overlijden aan hun nabestaanden over te laten', aldus Bernadette Haase, directeur van de NTS. Uit dit onderzoek, uitgevoerd door TNS/NIPO in juni 2013 onder 739 jongeren geboren in 1994, blijkt echter dat slechts bij 1 op de 6 18-jarigen orgaandonatie is behandeld in hun klas. Dit terwijl scholieren aangeven dit wel belangrijk te vinden.

Om een weloverwogen keuze te kunnen maken is het belangrijk dat de jongeren over voldoende kennis beschikken. Eerder al berichte ik over Xtralife, een programma voor het MBO van de Nederlandse Transplantatie Stichting. Er is ook Donorwise van dezelfde stichting. Deze lesmodule is specifiek voor het Voortgezet Onderwijs. Leerlingen komen hier met animaties, ervaringsverhalen van leeftijdsgenoten en diverse opdrachten meer te weten over orgaandonatie. Afwisselend wordt kennis opgebouwd en wordt de meningsvorming aangesproken. Het lesmateriaal is ook nog eens zo opgezet dat leerlingen hier ook examenvaardigheden oefenen als het schrijven van een betoog en het voeren van een discussie. Ze leren ook zich te verplaatsen in opvattingen van verschillende religies en ook komen de biologische, maatschappelijke en persoonlijke aspecten van orgaan- en weefseldonatie aan bod. De eerste module bijvoorbeeld behandelt het lichaam (organen en weefsel) en het eventueel falen van het lichaam en de mogelijkheden die transplantatie dan biedt. In de drie modules voor de bovenbouw wordt het materiaal verder uitgebreid. De laatste module, module 8 biedt de leerling handvatten voor het maken van een profielwerkstuk rondom orgaandonatie. Er zijn docentenhandleidingen voor de eerste vijf modules onderbouw en de resterende modules bovenbouw van het Voortgezet Onderwijs beschikbaar.



Van de Stichting Biomaatschappij is er de uitgave Donor in hart en nieren, alles over orgaandonatie van Nienke Beintema …[et al.] en in de Mediatheek vind je nog Kop uit het zand van Pamela Stark. Zowel voor- als tegenstanders komen hier aan het woord, deskundigen, donoren of familie van donoren en patiënten. Tevens is er een eindwerkstuk in onze collectie beschikbaar: Met hart en ziel : Doneren of niet?

Je kunt in de lessen natuurlijk ook gebruik maken van de speciale facebookpagina, waarop je actuele informatie op de tijdlijn ziet. Om de pagina te zien hoef je niet in te loggen, als je de leerlingen wilt laten reageren moeten zij wel inloggen met hun facebookaccount.

dinsdag 8 oktober 2013

Werelderfgoed

Wil je de geschiedenis van de mensheid kennen, dan is het behoud van haar erfenis noodzakelijk. Uit die gedachte is de Werelderfgoedlijst van de UNESCO ontstaan. UNESCO is de cultuurorganisatie van de Verenigde Naties en als zodanig de hoeder van het universeel waardevolle erfgoed, ook in Nederland. Op de erfgoedlijst staan intussen bijna 1000 archeologische vindplaatsen, monumenten van kunst en architectuur, steden en cultuurlandschappen die van "uitzonderlijke universele betekenis" zijn voor de wereldgemeenschap. Om het cultureel- en natuurlijk werelderfgoed te kunnen beschermen is er sinds 1972 een verdrag opgesteld: De Conventie voor de bescherming van cultureel en natuurlijk Werelderfgoed. Dit verdrag en het Werelderfgoedfonds van UNESCO zijn sterk afhankelijk van gezamenlijke internationale inspanningen om de belangrijkste plekken op aarde te behouden. Werelderfgoed is cultureel en natuurlijk erfgoed dat onvervangbaar en uniek is en beschouwd moet worden als eigendom van de hele wereld. Het is van groot belang dat dit erfgoed behouden blijft. Een overheid die het verdrag ondertekent, belooft daarmee goed voor zijn werelderfgoederen te zorgen. Nederland ondertekende het verdrag in 1992. De Nederlandse werelderfgoederen op de lijst zijn:

· Schokland (1995)
· Stelling van Amsterdam (1996)
· Molens bij Kinderdijk (1997)
· Historisch gebied van Willemstad (1997)
· Ir. D. F. Woudagemaal (1998)
· Droogmakerij de Beemster (1999)
· Rietveld Schröderhuis (2000)
· Waddenzee (2009)
· Amsterdamse grachtengordel (2010)

Vanaf begin september 2013 staat het bekende gele kader van National Geographic in het Nederlandse landschap om die plekken in Nederland die op de werelderfgoedlijst staan in een nieuw perspectief te bieden. Hiermee ondersteunt National Geographic het belang van het behoud van de schatkamers van de wereld. Op de Interactieve Werelderfgoedkaart kun je zien om welke plekken op aarde (en Nederland) het gaat. Klik op een van de rode bolletjes voor meer informatie.

Voor de zevende en achtste klassen in het Vrije School onderwijs (regulier: klas 1 en 2 VO) is er speciaal lesmateriaal  van de Stichting Werelderfgoed.nl voor het Nederlandse werelderfgoed met een bijgeleverde handleiding voor de docent. De inhoud van de lessen sluit volledig aan bij het onderwijscurriculum. Het geeft invulling aan het leergebied erfgoededucatie, de verplichte kerndoelen en de vensters van de canon van Nederland. De bijbehorende site geeft een keur aan informatie. Bij de lessen hoort de tv-serie Hollandse Wereldwonderen. Die serie laat zien wat de Hollandse Werelderfgoederen zo bijzonder maakt voor de wereld. 


Het World Wonders Project van Google (onder meer ook in samenwerking met UNESCO) is eveneens opgezet tot behoud van het werelderfgoed met behulp van verschillende digitale technologieën en informatiebronnen. Naast Google 3D-modellen en YouTube-video’s biedt de website van het World Wonders Project officiële informatie en foto’s en (Engelstalig) lesmateriaal. Liverpool - Maritieme handelsstad behandelt bijvoorbeeld de Industriële Revolutie en de slavernij. De lespakketten kun je als zip-bestand downloaden en zij bevatten tevens een Powerpoint om de les mee in te leiden.

Internationale verbondenheid, verdraagzaamheid en solidariteit zijn belangrijke doelstellingen voor scholen met het UNESCO-schoolprofiel. De scholen maken deel uit van een wereldwijd netwerk met zo’n 9700 scholen. UNESCO-thema’s komen structureel en schoolbreed aan de orde. De scholen geven ieder op eigen wijze invulling aan het profiel door aan te sluiten bij lopende UNESCO-projecten en door eigen projecten en materialen te ontwikkelen. In Nederland zijn op dit moment 20 UNESCO-scholen en vier oriëntatiescholen. Zij zijn verdeeld over alle leeftijdsgroepen, van basisonderwijs tot HBO. UNESCO-thema’s komen in deze scholen structureel en schoolbreed aan de orde. Zij besteden aandacht aan tenminste drie van de vier UNESCO-thema’s. Deze thema’s worden wereldwijd ingezet en zijn ieder gekozen vanwege de bijdrage die ze kunnen leveren aan meer begrip voor elkaars land en cultuur en om zo wereldvrede te bevorderen. De vier UNESCO-thema’s zijn: Vrede en mensenrechten, Intercultureel leren, Wereldburgerschap en Duurzaamheid. Het internationale lespakket World Heritage In Young Hands is vertaald en bewerkt voor het onderwijs in Nederland. Het pakket is bedoeld ter versterking van het leren over het gedachtegoed van UNESCO en het werelderfgoed ver weg en dichtbij. Het pakket is in eerste instantie ontwikkeld voor het voortgezet onderwijs. Er is ook bij dit lesmateriaal een handleiding beschikbaar.

Tot slot: ook Wikiwijs heeft een Unesco portal waar je materiaal kunt vinden.

dinsdag 1 oktober 2013

Lespakket Wereldtheater

Ik doe het op deze plek niet vaak, maar ik wil nu toch een recente aanwinst van de Mediatheek wat extra aandacht geven. Het betreft het lespakket Wereldtheater, een samenwerking van Emile Schra met uitgever International Theatre en Film Books, het Tropentheater en Margriet Jansen Culturele Producties. Wereldtheater is een lespakket voor CKV, dans, drama en maatschappijleer geschikt voor leerlingen in de bovenbouw van havo/vwo. Het wil vooral de belangstelling voor wereldculturen in Nederland verder stimuleren. Het geheel bestaat uit een (docenten)boek, dvd, werkboek voor leerlingen en een website. In het (docenten)boek, dat overigens ook gewoon ‘los’ als handboek is te lezen, worden zes theatervormen van buiten Europa in woord en beeld beschreven. De politieke en culturele geschiedenis van de betreffende landen wordt behandeld en de relatie tot de heersende religieuze opvattingen en de besproken theatervormen worden geplaatst in hun maatschappelijke context. 
Het gaat in het boek om traditionele theatervormen in Turkije, Ghana, Suriname, Indonesië, India, China en Japan. De tekst wordt ondersteund door een dvd met 120 minuten aan beeldfragmenten. Symbooltjes in de tekst verwijzen telkens naar de dvd. De theatertradities die centraal staan in het (docenten)boek en werkboek zijn: het poppentheater (Turkije), vertelkunst uit Afrika en Suriname, Topengtheater (Bali), Kathakali-dansdrama ( India), peking opera (China) en Kabukitheater uit Japan.

Middels het werkboek maken leerlingen kennis met theatervormen uit andere delen van de wereld. Nieuwe begrippen worden uitgelegd in de uitgebreide begrippenlijst. Leerlingen starten individueel met elk hoofdstuk, de spelopdrachten zijn klassikaal. Via korte interviews, citaten, anekdotes en informatieve teksten worden de theaterpraktijk en de context tot leven gebracht. De maatschappelijke functie van theater wordt uitgebreid uitgelegd in het (docenten)boek en werkboek. Opzet van het werkboek is de leerlingen zowel tot spelen te brengen als aan te zetten tot reflectie over de nieuwe theatervormen waarmee zij hebben kennisgemaakt. De leerling wordt met het oog op de aangereikte opdrachten, verwezen naar een speciale website waarvoor de inloggegevens bijgeleverd zijn. Zo wordt onder meer via YouTube de lichaamstaal van Archie Bunker (Amerikaanse sitcom uit de jaren zeventig van de vorige eeuw) bestudeerd als voorbereiding op de uitleg over oosterse uitdrukkingsvormen.
Traditionele theatervormen kenmerken zich door het gebruik van vorm, dans en beweging en weinig taal. Juist hierdoor kunnen leerlingen in de drama- en theaterlessen nieuwe spelvormen vinden. Concentratie en jarenlange training is een ander kenmerk waarvoor deze theatervormen respect afdwingen bij de leerling. Via de oefeningen en opdrachten in het werkboek en het kijken naar filmfragmenten is het geheel voor leerlingen makkelijk te plaatsen. 




Ik zou mezelf natuurlijk verloochenen als ik niet naar meer beeldmateriaal was gaan zoeken. Heb je niet genoeg aan het aangeboden filmmateriaal: type de naam van de theatervorm in bij YouTube en zoek dan naar afspeellijsten. Ik vond mooie voorbeelden voor de Kathakali dans, het Topengtheater en het Japanse Kabukitheater.

dinsdag 24 september 2013

MOOC, gratis onderwijs

Ben je het begrip MOOC al eens tegengekomen? MOOC(?), hoor ik jullie denken. De afkorting staat voor Massive Open Online Course. Ja mensen, terwijl wij nog worstelen met de vraag hoe we ons onderwijs digitaal kunnen maken en of dat wel past bij het (Vrije School) onderwijs maakt het non-formele (en veelal gratis) online leren een opmars door. Eerst en vooral natuurlijk in de Verenigde Staten. In 2012 richtte hier Sebastian Thrun, hoogleraar computerwetenschap Udacity op. In 2011 bood hij zijn cursus Artificial Intelligence voor eerstejaarsstudenten voor het eerst online aan. Hij verwachtte zo’n 10.000 deelnemers. Het werden er 160.000, afkomstig uit 190 landen. Uiteindelijk behaalden 23.000 de eindstreep met een certificaat. Dat is nog eens wat anders dan de 200 studenten per jaar die een hoogleraar gemiddeld bedient. Na Udacity zijn er inmiddels Coursera en EdX (een initiatief van Harvard University en het Massachusetts Institute of Technology (MIT). De sites herbergen een keur aan gratis modules en leerstof voor het universitair onderwijs. MOOCs hebben hun beperkingen, tot nu toe kennen de cursussenwel een certificaat-structuur, maar de certificaten hebben nog geen academische waarde. 



Misschien zijn jullie trouwens zelf al eens uitgenodigd om enkele dagen via de pc een congres of online cursus bij te wonen. Misschien bij de onlangs gehouden MOOC van Kennisnet over e-learning. Zo niet, dan gaat dat ongetwijfeld komen. Wie goed naar zijn leerlingen luistert weet dat zij ondertussen naast de gewone docent onderling ook gebruik maken van docenten die hun lessen en uitleg van een bepaald onderwerp online hebben gezet. Sommige scholieren bekijken filmpjes via YouTube ter voorbereiding op hun examen. Op virtuele platforms vinden experts en leerlingen of geïnteresseerden elkaar en honderdduizenden studenten nemen ondertussen deel aan bovengenoemde gratis online colleges bij universiteiten. Nederland sluit zich ook aan. Zo maar wat voorbeelden: Universiteit Leiden biedt via Coursera The Law of the European Union: an Introduction aan en de Universiteit van Amsterdam staat sinds begin september ook online op Coursera met werelds eerste introductie in de communicatiewetenschappen.



Vanaf 2014 wordt het nog eenvoudiger om cursussen te zoeken en vinden, dan gaat het overkoepelende MOOC.org van start. Google en de non-profit educatieorganisatie EdX hebben MOOC.org onlangs gelanceerd, het moet hét platform voor online colleges worden. Vanaf medio 2014 kunnen geïnteresseerden colleges en cursussen aanbieden via MOOC.org. Het is de bedoeling dat het platform het aanbieden van online onderwijs net zo gemakkelijk maakt als Blogger het webloggen en YouTube het publiceren van video's.
De Open Education Database biedt nu al duizenden gratis cursussen van zo’n 1600 instituten aan. Middelbare scholieren worden juist aangesproken op dit gratis aspect: “An immediate benefit of enrolling in online courses or degree programs is saving on student travel and living expenses. Let’s face it, living with mom and dad for your first few years out of high school may not be be ideal, but in the end, not having to pay expensive rent at a dorm or apartment could save you and your parents thousands of dollars each year.”(bron: oedb.org) Er wordt verder in de tekst dan nog wel gewezen op het feit dat er nog steeds geen geen geaccrediteerde opleidingen worden aangeboden. Dat is - ook volgens prof. J. van Dijck (UVA) in een artikel van 8 december 2012 in de NRC - een probleem dat nog niet zo maar is opgelost. Zij ziet dat de universiteiten vooral aan het zoeken zijn naar nieuwe manieren van onderwijs en dat deze MOOCs de data leveren voor bestudering van het leergedrag van studenten. En uiteindelijk zal het natuurlijk ook betaald moeten worden en dan waarschijnlijk door advertentie-inkomsten.



Je kunt inderdaad vraagtekens plaatsen bij deze ontwikkeling. In vele blogs wordt onder andere gewezen op het gebruik (of potentieel misbruik?) van de enorme hoeveelheden data die deze systemen over lerenden verzamelen en de mogelijkheid dat deze vormen van online leren binnenkort omgeven zouden worden door reclameboodschappen. En ja, we zien ook inderdaad weer Google opduiken, de grootste dataverzamelaar ter wereld. En nu ook LinkedIn voor jongeren is opengesteld zijn nog meer data door toekomstige werkgevers te verzamelen, te koppelen en te gebruiken. Over de problemen die deze ontwikkeling voor het Universitair Onderwijs kan hebben, wil ik het hier echter niet hebben. Het weblog van Robert Schuwer volgt dit op de voet voor diegenen die daar informatie over zoeken. Ellen de Bruin stelt 9 september 2013 in de NRC: “Online hoger onderwijs zou de toekomst zijn. Maar studenten die online studeren halen lagere cijfers, als ze het al volhouden. Terwijl ze er gemotiveerder aan begonnen. Het systeem moet nog flink worden verbeterd.” Zij beroept zich hierbij op nog te publiceren onderzoek van Columbia University, New York.

Alle begin is moeilijk, maar de trend is gezet. Wat gaat dit alles nu betekenen voor het voortgezet onderwijs? Voor het VO hebben we natuurlijk nog de leerplicht en het diploma, maar de Kahn Academy, eigenlijk ook een MOOC, bestrijkt in Amerika ondertussen al bijna het hele curriculum van de middelbare school. En ook in Nederland speelt er toch het een en ander. “Toenmalig minister van onderwijs Ronald Plasterk lanceerde eind 2008 het nationaal programma Wikiwijs met als doel het gebruik van open leermaterialen in alle onderwijssectoren leidend te laten worden. Daarmee was Nederland het eerste land ter wereld dat de relevantie van Open Educational Resources (OER, open leermaterialen WV) voor het onderwijs in het publieke domein vertaalde in een nationale aanpak. De veronderstelling daarbij is dat open leermaterialen bijdragen aan een betere invulling van de verantwoordelijkheid van de overheid, namelijk het bevorderen en garanderen van de toegankelijkheid, de kwaliteit en de doelmatigheid van het onderwijs.”(Bron: blog Robert Schuwer)




In ons land werden de eerste open leermaterialen al in 2006 door de Open Universiteit gepubliceerd, in 2007 volgde de TU Delft en in 2010 de Universiteit Leiden. De belangrijkste reden voor (Nederlandse) onderwijsinstellingen om in te zetten op OER is (internationale) profilering. Andere motieven zijn het aantrekken van de juiste studenten en het bereiken van nieuwe doelgroepen (bron: Surfspace) Onderzoek uit 2012 maakt dit duidelijk. 

Online cursussen kennen een breed spectrum aan werk- en overdrachtsvormen. Zo zijn er videocolleges van hoogleraren die aantrekkelijk en afwisselend zijn, zonder al te lange monologen en onderbroken door 'quizzes' en 'tutorials' waarmee getest wordt of studenten de stof begrepen hebben. Cursussen van de Khan Academy zitten vol game-elementen, beloningen en andere gimmicks (bv. Badges) die leren 'leuk' moeten maken. Naast kennisoverdracht zijn er meer 'sociale' onderwijsvormen: studenten kunnen elkaar helpen tijdens zogenaamde hangouts en groepsontmoetingen via Skype-achtige interfaces. Hier geven cursisten elkaar feedback of discussiëren over de stof, al dan niet samen met de docent. Online educatie wordt gepresenteerd als een vruchtbare combinatie van leren, entertainment en socialiseren, aldus van Dijck in de NRC van 8 December 2012. Dat is ook de aantrekkingskracht die deze vorm van onderwijs op jongeren heeft.

Kijk met een open blik naar deze ontwikkelingen, probeer niet direct af te wijzen en kijk ook of je zelf op ideeën wordt gebracht. In elk geval kunnen decanen in het voortgezet onderwijs zeer tevreden zijn met deze trend. Immers leerlingen kunnen een nu een vrij goed idee vormen van de studie waarvoor ze willen kiezen. Verkeerde keuzes kunnen nu misschien zelfs worden voorkomen. We weten, de keuze voor een onderwijsinstelling is voor velen een zeer belangrijke belissing. LinkedIn introduceerde met de verlaging van de leeftijd naar 16 jaar (Nederland) LinkedIn Universiteitspagina’s. Met deze nieuwe dienst, ook beschikbaar in het Nederlands, wil LinkedIn scholieren en studenten helpen in hun zoektocht naar een passende onderwijsinstelling of studie.

Zie ook: VIVES, nummer 135 (Mediatheek)

dinsdag 17 september 2013

Fakebook

Ik schreef eerder al over de leermogelijkheden die het gebruik van sociale media als Facebook in de les of voor een opdracht bieden. Misschien wil je als docent wel eens iets proberen met sociale media, maar met 30 leerlingen en alle verleidingen die Facebook met zich mee brengt twijfel je. Tegelijk denk je er wellicht ook al een tijd over om die oude biografie-opdracht eens in een ander jasje steken. Voor die mensen is er Fakebook, waar je biografieën van historische figuren, musici, bands, nobelprijswinnaars etc. door je leerlingen kunt laten aanmaken. De leerling maakt op Fakebook een nep-account met controleerbare, echte feiten. De tool is een product van Classtoolsnet, een site die wordt gemaakt door Russel Tarr, hoofd Geschiedenis op de Internationale School van Toulouse in Frankrijk. De site is geheel gratis te gebruiken voor docenten en leerlingen. Andere producten van Tarr zijn een simpele tijdbalk en een animated book, waarin je bijvoorbeeld een gedicht kunt vormgeven. Het zijn simpele tools die weinig tijd kosten om ze te leren gebruiken.

Waar het op Facebook formeel verboden is om een profiel aan te maken van iemand anders dan jij zelf, is Fakebook juist ontworpen om 'fake' accounts voor onderwijskundige doeleinden te maken. Leerlingen kunnen op Fakebook informatie over (historische) personen of bijvoorbeeld een band of muziekstroming ordenen en doordat er illustraties en video’s aan de tijdlijn kunnen worden toegevoegd zijn de mogelijkheden heel interessant voor onderwijsdoeleinden. Doordat je - net als op het 'echte' Facebook - ook het vriendennetwerk kunt weergeven krijgt de biografie nog meer dynamiek. De (profiel)foto’s kun je uploaden van je eigen pc, nadat je op internet een passende afbeelding hebt gezocht. In het archief kun je zoeken naar al gemaakte Fakebookprofielen. Ook hier geldt weer: de creatieve geesten hebben de halve wereld. Je zou Fakebook bijvoorbeeld kunnen gebruiken om de personages uit een roman of toneelstuk uit te diepen en zo de plot vorm te geven. 



Reageren op elkaars pagina kan niet. Alleen de accounthouder (leerling) kan reacties posten en moet die dus ook zelf verzinnen. Als je bijvoorbeeld een discussie in de klas wilt starten vanuit verschillende standpunten en je laat leerlingen een 'rol' spelen op hun Fake-account (de ondernemer, de activist, de ambtenaar) dan zou je de verschillende Fakebookprofielen kunnen embedden in een weblog, waarop andere leerlingen dan weer kunnen reageren. Dat is nogal omslachtig, maar wel de enige manier om de leerlingen digitaal op elkaar te laten reageren. 

Zie ook de recensie van Classtools in Vives.

dinsdag 10 september 2013

Sociale media op school?

Het is natuurlijk de weg van de minste weerstand om op school sociale media gewoon te verbieden en daarmee een voor jongere generaties belangrijk communicatiemiddel te negeren. Je bent dan in een klap af van de smartphones en van de uitwassen en problemen die het gebruik van sociale media nu eenmaal ook met zich mee brengen. Zeker nu in reactie op de zogenaamde Steve Jobs scholen instellingen als het Eurocollege in Rotterdam de computers op school helemaal in de ban doen, lijkt het mij toch wel belangrijk om eens goed na te denken over internet en multimedia op school.
Van negatieve ervaringen met sociale media heeft iedereen wel voorbeelden. Problemen met het gebruik en misbruik van die sociale media zijn er, maar die houd je met een simpel verbod helaas niet buiten de schoolmuren. In deze bijdrage beperk ik me allereerst tot Facebook omdat daarvoor ook recent onderzoek beschikbaar is. Uit een studie door twee Duitse universiteiten (Technischen Universität Darmstadt, Humboldt-Universität) blijkt dat meer dan een derde van de mensen na op Facebook te zijn geweest rapporteert negatieve gevoelens te hebben. De belangrijkste reden voor deze negatieve gevoelens is volgens de onderzoekers te wijten aan jaloers zijn op de ‘Facebook-vrienden’. Dat er een negatief verband bestaat tussen de jaloezie die ontstaat tijdens Facebook gebruik en het algehele gevoel van tevredenheid dat mensen in hun leven hebben wordt door dit onderzoek ook onderschreven. Zie nu wel, zou je zeggen, niets dan narigheid. Het geeft docenten die al niet zo ict-minded zijn weer nieuwe kracht om ict buiten de lessen te houden. Het lijkt het ei van Columbus, maar die leerlingen die met negatieve gevoelens naar school komen hou je daarmee helaas niet buiten de lessen.


Maar het verhaal is hiermee ook niet volledig. Immers: op sociale media deel je informatie in beeld, geluid en tekst. Dat kan futiele prietpraat zijn, of jaloezie opwekken, maar het kan ook informatie zijn die leerlingen helpt bij hun huiswerk. Leerlingen gebruiken - zo blijkt - sociale media ook om te leren voor school en voor hun hobby’s. Dat doen ze bijvoorbeeld door elkaar te tippen over YouTube-filmpjes met uitleg van andere docenten en te ondersteunen bij het maken van huiswerk door bijvoorbeeld vanuit huis samen te werken aan werkstukken en gefotografeerde aantekeningen rond te sturen. 60% van de ondervraagde tieners gebruikt sociale media (naast Facebook ook Twitter en Whatsapp) om elkaar vragen te stellen over huiswerk of leerstof en 48% maakt en stuurt foto’s van aantekeningen of samenvattingen naar elkaar. Ook geven veel jongeren (58%) roosterwijzigingen aan elkaar door, bijvoorbeeld als een uur uitvalt. Verder gebruiken jongeren sociale media om samenvattingen die ze op internet hebt gevonden naar elkaar te sturen (40%). 41% maakt afspraken over huiswerk, zodat iedereen een stukje maakt. Deze totale percentages zeggen overigens niet zo veel over de totale groep. Het zijn vooral de oudere leerlingen op het voortgezet onderwijs, die dit doen. En het zijn vooral de vwo-leerlingen die gebruikmaken van deze mogelijkheden van sociale media, en op hun beurt maken weer meer havo- leerlingen er gebruik van dan vmbo-leerlingen. Dat blijkt allemaal uit het onderzoek ‘Samen leren - tieners en sociale media’ van Mijn Kind Online en Kennisnet. Het onderzoek is gehouden onder 1500 scholieren tussen 10 en 18 jaar in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Bij lezing van het rapport wordt overigens wel duidelijk dat de communicatie veelal de verspreiding van praktische informatie betreft en dat zich hier niet het leerproces afspeelt. Sociale media zijn nu eenmaal bij uitstek geschikt voor communicatiedoeleinden, meer dan om te leren. 
Maar het lijkt dus wel een uitstekend middel om de leerlingen te bereiken en je zou het - dit wetende - dus goed in kunnen zetten. Maar ja, daar ga je als school met je goede voornemens. Heb je net een sluitend protocol opgesteld om een en ander te verbieden en dan laat je misschien toch kansen liggen? Wat te denken van de leerlingenheldpdesk van ROC West-Brabant die Whatsapp gebruikt om sneller op storingen te kunnen inspelen. Waarom zou je deze snelle communicatie niet gebruiken voor huiswerkbegeleiding of je mentorklas? Docente economie Evelien Hoekman doet dit voor haar klas op Facebook waar zij voor een toets de mogelijkheid geeft om online vragen te stellen. Zij doet dit via een besloten Facebookgroep en geeft in het artikel ook aan hoe je die kunt aanmaken. Je mist trouwens sowieso door een schoolverbod van sociale media en zelfs internet (Eurocollege Rotterdam) een unieke kans om met deze tools mediawijsheid in je vakken te integreren.

Stel: je omarmt als school wel die nieuwe media, Wat zou je dan nog meer kunnen doen? Hoe kun je de nadruk leggen op positief gebruik van het medium en juist een betekenisvolle opdracht geven? Kijk eens naar het Handboek Goed Doen (Mijn Kind Online) om met behulp van sociale media een goed doel te realiseren. ‘Sociaal met media’, zo heet het project van stichting Mijn Kind Online. Het is een project waarin scholen aan de slag gaan met mediawijsheid, ondernemerschap en burgerschapsvorming binnen een realistische context. Leerlingen worden uitgedaagd om op een creatieve manier een maatschappelijk probleem op te lossen. Mediawijsheid moet de kern zijn van het project. Ze zamelen bijvoorbeeld geld in via sociale media voor goede doelen ver weg. Bij een actie waar de hele groep aan werkt, kun je de klas verdelen in talentgroepen: een netwerkgroep (Facebook/Hyves, Twitter, Whatsapp), ontwerpgroep (het ontwerpen van een logo voor profielen op Facebook en Twitter), oganisatiegroep, persgroep en zo meer (zie p. 25 van het Handboek). Samenwerken doe je met tools als Evernote, Dropbox of in ons geval Google-apps. Dergelijke inzet van sociale media zal leerlingen een hele andere kijk geven op die communicatiemedia.

Je kunt ook als school of rond een thema gebruik maken van de snelheid en het gemak van sociale media als Facebook. Thorbecke VO deed dit en het mbo heeft inmiddels de beschikking over een Facebookpagina Social media in het mbo, waar kennis en tips worden verzameld.

Ook voor de verschillende vakken zijn er geweldige mogelijkheden. Voor Nederlands bijvoorbeeld is er op Facebook de Leesfabriek. De Leesfabrieksite wordt gerund door een aantal bevlogen redacteuren tussen de 15 en 25 jaar met een gedeelde passie voor lezen. Interviews, boekrecensies, nieuws en actualiteiten, de Leesfabriek levert op allerlei manieren. De Leesfabriek heeft via social media een groot digitaal netwerk voor jonge (15-25) boekenlezers uitgezet. Naast een Facebookpagina is de Leesfabriek ook actief op Twitter en heeft een eigen YouTube-kanaal.

En voor politiek zit je natuurlijk ook eerste rang op Facebook. Wat te denken van de tijdlijn van het Witte Huis, of pagina's van politieke partijen, of misschien wil je voor een project communiceren met minister Timmermans.

YouTube kan ook een springplank voor talent zijn, zo blijkt uit de publicatie Jong Geleerd 2.0: YouTube van Kennisnet en Mijn Kind Online. Ze laten in de publicatie - gedeeltelijk gebaseerd op het onderzoek 'Broadcast Yourself!' van Carina de Jong, studente HBO Pedagogiek aan Hogeschool Windesheim in Zwolle - jongeren aan het woord over hun drijfveren om actief te zijn op YouTube. De Jong deed in opdracht van Kennisnet en Mijn Kind Online onderzoek naar de drijfveren van 182 jonge YouTubers. Digitale omgevingen zijn een nieuwe werkplaats, waar kinderen met virtueel gereedschap bouwen, ontdekken, spelen en leren, aldus Kennisnet.

Terwijl voor- en tegenstand steeds fanatieker vormen aanneemt is het misschien toch raadzaam om het hoofd koel te houden en de gulden middenweg te kiezen. Negeren van iets dat alom tegenwoordig is en heel goed in het onderwijs gebruikt kan worden lijkt mij in elk geval heel dom.