maandag 15 mei 2017

Lesidee: Water

Water en Nederland, ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Water is aanwezig in onze sloten, grachten, kanalen, rivieren, in het grondwater, de regen en de zee. Eeuwenlang was er een strijd om land in de rivierendelta en wonnen wij door middel van inpoldering land op het water. We verdedigen ons als bewoners van onze delta al eeuwenlang tegen het wassende water. En, dit is belangrijk, want een groot deel van Nederland ligt beneden het zeeniveau en zou zo onder water lopen zonder dijken en duinen. Water is daarmee een prachtig en zeer divers thema voor een les. Vandaar dit blog. Kennis van de waterkringloop en rivieren is voor het vmbo zelfs onderdeel van het examen aardrijkskunde. 

De zorg om de bewoners van onze delta droog te houden ligt bij de besturen van de polders en de waterschappen. De oudste besturen werden al ongeveer zeven eeuwen geleden opgericht. Van oudsher droegen deze de zorg voor zowel de waterkering als de waterlozing. Het zee- en rivierwater moest buiten de dijken worden gehouden en het overtollige binnenwater, regen- en afvalwater, moest worden geloosd. Bij de waterschappen speelt cartografie een belangrijke rol. Om een goed beheer te kunnen voeren, is het van groot belang inzicht te hebben in de geografie van het gebied. Momenteel is hiervoor een modern Geografisch Informatiesysteem (GIS) beschikbaar, maar in de eeuwen hiervoor waren bestuurders en ambtenaren aangewezen op met de hand vervaardigde kaarten. De oudste nog bestaande overzichtskaart in deze is die van Floris Balthasars (1563-1616), die hij samen met zijn zoon Balthasar Floris van Berckenrode in 1611 voltooide. Het betrof hier een kaart van het hoogheemraadschap van Delfland.


Bron: Cultuurwijs.nl
In het begin van de 17e eeuw kreeg Jan Adriaenszoon Leeghwater de taak om de Beemster droog te leggen. De Beemster was toen een groot meer. Amsterdamse kooplieden wilden de polder droogleggen om er voedsel te kunnen verbouwen. De Beemster is een goed voorbeeld van hoe Nederlanders grote delen van Nederland zelf hebben 'gemaakt'. Voor havo 1,2 en 3 is in de Stercollectie van Wikiwijs onder het kopje Nederland waterland een themaopdracht hierover te vinden.

Ondanks alle maatregelen die we in Nederland nemen, gaat het soms mis. De NOS publiceerde onlangs een tijdlijn met beeldmateriaal getiteld 100 jaar strijd tegen het water. (te beginnen met de Zuiderzeevloed in 1916). Meer watersnoden vind je op Watervragen. Daar vind je een tijdlijn die terug gaat tot het jaar 838.
Op Overstroomik kun je middels je postcode zien in welke mate jouw huis of woonomgeving nu gevaar loopt. De gevolgen van een grote overstroming zijn ingrijpend. Nederland is weliswaar goed beschermd tegen overstromingen, maar blijft kwetsbaar. Het kan een keer misgaan, over 100 jaar of morgen. Daarom is het, volgens Overstroomik, goed te weten hoe hoog het water bij jou komt en wat je in dat geval kunt doen. Ondertussen zijn de waterschappen met allerhande belangrijke projecten bezig om het water blijvend te managen. Ruimte voor de rivier is een van die projecten.

We hebben weliswaar soms last van het water, maar we leven ook op en aan het water. En water is ook een onderdeel van belangrijke ecosystemen. Denk aan de duingebieden, Waddengebied en Waddenzee. Wil je trouwens onderzoek doen naar de ecologie? Het project wateronderzoek maakt het mogelijk om het praktisch bezig te gaan met het onderwerp ecologie.

In het verleden verdedigden we ons ook juist met hulp van het water. De Nieuwe Hollandse Waterlinie is een unieke historische verdedigingslinie uit 1815. De linie is 85 kilometer en bestaat uit zo’n vijftig forten en vijf vestingsteden: Muiden, Weesp, Naarden, Gorinchem en Woudrichem.



Maar water speelt ook nog een heel andere rol. Wij hebben veel water nodig, want ons lichaam heeft voortdurend de behoefte aan zuivering. Om in leven te blijven moet bloed – dat voor iets meer dan de helft uit water bestaat – schoon zijn. De afvalstoffen moeten eruit, maar alle voor het leven noodzakelijke stoffen moeten er in blijven. (NemoKennislink)
Goed (drink)water is echter op sommige plaatsen op aarde schaars. Wij - in de westerse wereld - hebben vaak wel toegang tot schoon water. Nog niet eens zo heel lang geleden was er ook bij ons trouwens ook niet overal schoon drinkwater, waardoor ziektes als cholera om zich heen konden grijpen. Het Stadsarchief Amsterdam publiceerde in een Magazine van Cultuurwijs een special over Water. De laatste grote cholera epidemie vond in 1866-1867 plaats. In een deel van de toen erg arme Jordaan in Amsterdam stierf tijdens die epidemie 9,6 procent van de oorspronkelijk 10.401 inwoners. Op een bepaald moment ging men de link leggen met schoon water. Een groep vooruitstrevende artsen beval daarop duinwater aan. Bedenk ook dat pas veel later in elk huis gewoon schoon drinkwater getapt zou kunnen worden.
In de DataAtlas van OneWorld zie je onder meer de toegang tot schoon drinkwater wereldwijd. Inmiddels kan de gemiddelde Nederlander altijd beschikken over prima water. Hoe er drinkwater in Nederland wordt gewonnen is onderwerp van een opdracht voor havo 1,2 en3. Maar hoe goed het bij ons ook geregeld is, we zijn ondertussen wel verantwoordelijk voor waterproblemen elders op de wereld: bijna 95% van al ons waterverbruik is indirect. Dat water wordt buiten de landsgrenzen verbruikt om onze consumptie op peil te houden. De verdeling van bruikbaar water over de wereldbewoners heeft dus veel te maken met welvaart en rijkdom en is ook verwerkt in het Thema Water (vmbo) van de Stercollectie Wikiwijs.We gebruiken voor allerlei producten water uit ons eigen land en water van elders. Water is een economische factor bij uitstek. Hoeveel we verbruiken is te meten met de watervoetafdruk, die ook in genoemd Thema van de Stercollectie wordt behandeld. De watervoetafdruk is een maat voor het watergebruik van een product, gemeten over de hele productieketen. De watervoetafdruk geeft dus een beeld van de hoeveelheid verborgen water in een product. Deze verborgen hoeveelheid water noemen we ‘virtueel water’. Arjen Hoekstra, professor watermanagement aan de Universiteit van Twente, introduceerde in 2002 het begrip ‘watervoetafdruk’.
Het virtuele waterverbruik van gewassen zoals bijv. katoen, koffie en veevoeders is de hoeveelheid water (neerslag en irrigatiewater) die nodig is voor de groei van de plant en voor het verwerkingsproces (bijv. wassen, verwerken, reinigen machines, verpakken) vanaf de oogst tot het eindproduct dat we in onze winkelrekken vinden. Een katoenen T-shirt heeft bijv. 2700 liter water ‘opgeslorpt’ voor het in de winkel verschijnt. Een kop koffie heeft een virtueel waterverbruik van 176 liter. En een sinaasappel heeft ongeveer 70 liter water nodig voor hij in jouw fruitmand belandt. (Bron: Watervoetafdruk.be)
De totale watervoetafdruk van Nederland is 23 000 miljoen m3 per jaar. Daarvan is - zoals eerder gezegd - 95% van die Nederlandse watervoetafdruk afkomstig van buiten de landsgrenzen. Op het gebied van water is Nederland - na Kuweit en Malta - het minst zelfvoorzienende en meest import afhankelijke land van de wereld. Qua verbruik per hoofd van de bevolking zit Nederland in de middenmoot.
Op Waterfootprint.org kun je jouw eigen waterfootprint berekenen en de watervoetafdruk van Nederland zien. Leuke introductie voor een debat over duurzaamheid en watergebruik.


Nederland is dus sterk afhankelijk van waterbronnen elders en draagt dus ook bij aan watervervuiling en uitputting van de waterbronnen elders. De kosten van watervervuiling en uitputting worden doorgaans niet of slechts ten dele opgenomen in de prijs van producten. Hierdoor ontlopen wij dus een aanzienlijk deel van de watergerelateerde problemen die voortkomen uit hun consumptiepatroon.(Wikipedia)
Hoekstra’s concept van de watervoetafdruk is trouwens niet onomstreden, zo blijkt uit een artikel van Karel Smouter in De Correspondent. De kritiek op het concept draait vooral om het feit dat duurzaam en niet-duurzaam waterverbruik in één vat worden gegoten. Aan het aantal virtuele liters zie je niet af of dat water verbruikt is in gebieden waar dat tot problemen leidt of in gebieden waar waterschaarste niet voorkomt of dreigt. In dat laatste geval zou een hoge watervoetafdruk niet erg zijn. Niettemin worden er allerhande projecten met tips gestart om je beter bewust te zijn van je waterverbruik en er ook wat aan te doen en die bewustwording is ook goed.

Een overzicht van websites, activiteiten en lespakketten over water en waterbeheer in Nederland vind je op de site van de Waterschappen en Watereducatie. Ruimte voor de Rivier heeft een site waarin gepoogd wordt de leerling waterwijs te maken met veel links naar lesmateriaal. Edugis biedt een lesmodule Ruimte voor de rivier de IJssel. Waterwise is een digitale lesmodule voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Hier vind je alles over waterbeheer in Nederland. Door tv-fragmenten, animaties en spelletjes leer je bijvoorbeeld hoe rioolwater weer schoon wordt en waarom Nederlandse huizen niet onder water staan. De lesmodule werd onlangs in COS (nr. 5, 2014 in Mediatheek) besproken: "Het is een goed initiatief van deze negen waterschappen om te focussen op de kerntaken veilig, voldoende en schoon." Wel wordt in het artikel in COS het gemis aan kaartmateriaal aangegeven en vermeld dat EDUGIS mogelijkheden biedt om bijvoorbeeld overstromingsrisico’s in Nederland aan te geven. 
Justcare biedt ook een lespakket Water ontwikkeld voor de derde klas van het vmbo. Er zijn echter extra opdrachten aan toegevoegd voor havisten en vwo'ers, zodat het materiaal ook op deze niveau's kan worden ingezet in de tweede en derde klas. De lessen sluiten prima aan bij de kerndoelen en eindtermen van verschillende vakken en kunnen daarom als vervanging of verdieping voor bestaande lessen worden ingezet!
Er is tevens een Teleblikquiz met de titel Nederland waterland. In deze quiz leren de leerlingen over de rivieren, het IJsselmeer, de Watersnoodramp en het Deltaplan.
De Watermanager van Watereducatie is een serious game voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs. De game bestaat uit twee modules: "Het Rivierengebied" en "De Zeeuws-Hollandse Delta". In de game zitten leerlingen zelf aan de knoppen. Ze nemen de rol aan van watermanager, en moeten op zoek gaan naar een optimale oplossing voor watervraagstukken in deze twee gebieden. Dit kunnen ze doen door maatregelen aan te klikken en de effecten van die maatregelen te evalueren. Hoe beter ze het systeem inrichten, hoe meer punten ze krijgen.

Tot slot: dossiers vind je onder meer op OneWorld, en Floodsite.net, een begrippenlijst Water vind je hier en er is natuurlijk ook literatuur over water en waterbeheer in de Mediatheek. De auteurs van De dijken van Nederland bijvoorbeeld behandelen in een prachtige uitgave honderd Nederlandse dijken, een aanrader.

Wil je iets onderzoeken met betrekking tot water voor jouw eindwerkstuk? Kijk dan op Ikonderzoekwater.

Zie ook: Ik voel nattigheid

woensdag 15 maart 2017

Jongeren herkennen geen nepnieuws en dat is gevaarlijk


De menselijke soort is niet zozeer geneigd tot opstand als wel tot napraten. (Renate Rubenstein, 1929)

Onlangs deed Stanford University onderzoek onder 7804 middelbare scholieren en studenten. In één test zag 82 procent van de ondervraagden het verschil niet tussen een echt nieuwsbericht en een advertorial. In een andere test kon driekwart een tweet van Fox News niet van een tweet van een nep nieuwssite onderscheiden. (Bron: NOSop3) Dat zijn toch alarmerende cijfers.
Ik verbaas mijn leerlingen ook nog steeds met de Oncyclopedia, een op Wikipedia lijkende site vol met nep informatie. Het verbaast ze dat er blijkbaar mensen zijn die moeite doen om dergelijke informatie te maken. Je ziet de leerlingen ook wel schrikken, want blijkbaar moet je toch wel goed oppassen voordat je gaat knippen en plakken.
Misschien kennen mensen uit Zutphen KeepZutphenWeird (het nieuws uit een ander oogpunt)? Deze site produceert nieuws met een knipoog - in dit geval over Zutphen. Maar dit is al wat minder duidelijk onzin want er wordt op de site altijd aangehaakt bij onderwerpen die wel degelijk spelen in Zutphen. Hier is nep informatie dus al wat moeilijker te traceren dan bij de klinkklare nonsens van Oncyclopedia.

Nepnieuws is de term voor dergelijk ‘nieuws’. Na de verkiezing van Trump is het veelvuldig gespreksonderwerp. Docente Gonnie Eggink van Windesheim typeert in De Stentor van 16 februari 2017 nepnieuws als volgt: “Opzettelijk verdraaide en gemanipuleerde informatie als actualiteit de wereld in brengen.” Mediawijsheid.nl: “Nepnieuws is misleidende informatie die wordt verspreid om geld te verdienen of om de publieke opinie te beïnvloeden.”
Nepnieuws, fake berichten en hoaxes bestaan al heel lang. In de Mediatheek vind je over dit onderwerp twee wat oudere - maar nog altijd actuele - boeken. De eerste is een uitgave van de hand van Jaap van Ginneken, media- en massapsycholoog, met de titel Verborgen verleiders (2011). Het boek geeft een helder en pakkend overzicht van de verschillende sluiproutes die in de 21ste eeuw worden bewandeld om mensen te beïnvloeden met behulp van de media en geeft ook een goede basis om zeer kritisch te kijken naar alle media. De tweede uitgave is van C.J. Hamelink, Regeert de leugen? Mediaplichtigheid aan leugen en bedrog (2004). Ook hier vele sprekende voorbeelden van leugenachtig nieuws door de media.
Sinds de opkomst van sociale media gaat de verspreiding van nieuws razendsnel. Iedereen kan tegenwoordig content plaatsen op internet. Daardoor lijken de grenzen tussen nieuws, nepnieuws en ook advertenties te vervagen. Het wordt steeds moeilijker om ze van elkaar te onderscheiden en daarmee een gefundeerde mening te vormen. (Bron: Mediawijsheid.nl) Nepnieuws is van alle tijden, zegt ook broodje-aap-expert Peter Burger van de Universiteit Leiden. Maar door de technische mogelijkheden heeft het nu een enorme vlucht genomen.
Je wordt ermee overspoeld, zeker als je Facebook of andere sociale media gebruikt. Laat leerlingen eens het onderstaande filmpje bekijken. Misschien hebben ze het zelfs wel gedeeld in het verleden. Klik vervolgens op de popup ’Click here to find out’:



Het filmpje blijkt dus eigenlijk reclame voor Oak Glen Petting Zoo te zijn. Het is maar een vrij onschuldig en willekeurig voorbeeld, maar er is wel iets aan de hand, de Oxford Dictionairies riep ‘post-truth’ in 2016 tot woord van het jaar uit. Wat is nog waar van wat je te zien krijgt op je tijdlijn en in het nieuws? Dat ze een gevaarlijke uitkomst kunnen hebben, bleek toen een 28-jarige man met een geweer zich bij een pizzeria in Washington meldde. Hij was ervan overtuigd dat er kinderen werden vastgehouden door een pedofielennetwerk waarbij Clinton en haar campagneleider Podesta betrokken waren. Er is een aantal overbekende voorbeelden van nepnieuws tijdens de Amerikaanse verkiezingen, zoals het bericht dat de paus Trump zou steunen en dat Clinton wapens had verkocht aan IS.(Bron: De Volkskrant) Na die verkiezingen won de term aan actualiteit. Veel nepnieuws bleek verzonnen in een stadje in Macedonië. In Veles zouden jongeren duizenden euro's hebben verdiend via websites die nepnieuws de wereld in stuurden. (Bron: NOS)


Burger: "Met ontzettend simpele middelen valt er nu nieuws te maken dat over de hele wereld wordt gelezen. Daarnaast kun je via Facebook goed mikken op een bepaald publiek en zelf de advertentie-inkomsten binnen harken. Dat is nieuw" (Bron: Nieuwsuur)
Google en Facebook gebruiken algoritmes om te bepalen welk nieuws je ziet en welke zoekresultaten je krijgt. Algoritmes zien geen verschil tussen feit en fictie. Als er vaak op een bericht wordt geklikt, wordt het ook vaker getoond in Facebook of Google. We noemen dit click-bait, het zijn berichten met een sensationele titel waarbij je het niet kan nalaten om erop te klikken. (Bron: Mediawijsheid.nl) Click-bait draait, naast politieke motieven, meestal om het binnenhalen van zo veel mogelijk ‘bezoekers’, zodat de advertentieopbrengsten van een bepaalde pagina omhoog gaan. 

Fake informatie en nepnieuws is een item geworden om te bestuderen, maar ook om te bestrijden. Hogeschool Windesheim speelt hierop in en geeft, aldus De Stentor van 16 februari nu apart les in nepnieuws en wil de studenten laten onderzoeken wat het motief is van de zenders. En het gaat echt ergens over, want nepnieuws knabbelt aan de wortels van onze democratie. 
DROG helpt Windesheim bij haar missie. DROG is een initiatief van jonge, kritische nieuwsconsumenten en wil dat iedereen scherp genoeg is om nepnieuws te herkennen: daarom helpen we je om er een feilloos "spamfilter" voor te ontwikkelen, aldus DROG. “Als er genoeg mensen meedoen kunnen we ons platform uitbouwen en mooie plannen realiseren. We werken aan een Propaganda Game waarmee iedereen de trucs achter nepnieuws leert herkennen. We willen een modern, online discussie-platform lanceren. We willen meer mensen immuun maken voor nepnieuws, met een brede campagne”, aldus DROG. 
En het is nodig, getuige een lange lijst van sites die nepnieuws verspreiden, te vinden op de Hoaxwijzer.


Twee Nederlandse wetenschappers gaven in december vorig jaar op NOSop3 aan het onderwijs als dè oplossing te zien. "Het is heel belangrijk om kinderen en jongeren voortijdig vaardigheden aan te leren om met media om te gaan en te beoordelen wat wel en niet klopt". Beide wetenschappers wijzen daarbij op het belang van een vak als Mediawijsheid. Daar pleitte Mary Berkhout van Mediawijzer.net eerder ook al voor in de Volkskrant: volgens haar moet Mediawijsheid een verplicht vak worden op alle scholen. Aantekening hierbij is wel dat m.i. het vak Mediawijsheid veel breder moet worden opgevat dan enkel het beoordelen van informatie.

Als je ons onderwerp bespreekbaar wilt maken in de les (en dat zou ook heel goed bij Nederlands kunnen) kun je op verschillende plekken lesmateriaal over het onderwerp vinden. Twee Amerikaanse docenten maakten bijvoorbeeld een fictieve site over Ontdekkingsreizigers, Allaboutexplorers. De site ziet er bedrieglijk goed uit, maar leidt uiteindelijk tot volledig onware informatie. De makers willen hiermee een waarschuwing doen uitgaan om je bronnen kritisch te benaderen. Ze hebben trouwens ook (Engelstalig) lesmateriaal toegevoegd om de leerlingen weerbaarder te maken op het internet.
Ook op Wikiwijs vind je lesmateriaal gebaseerd op het Wikiwijs-arrangement van Anne Klerk-Rebel. TEDEd levert lesmateriaal over het begrip cirkelrapportage in berichtgeving, waarin aan (onjuist) nieuws steeds meer waarde wordt toegekend doordat het gedeeld wordt als bron in steeds weer nieuwe artikelen of berichten. Maak voor onder meer vragen bij het filmpje gebruik van het menu rechts van de video.

Hoe herken je nepnieuws:

(Nederlandse versie op TED Ed)

Gebruik techniek en fact-checkers
Er zijn Chrome-extensies die via Artificial Intelligence (AI) media scannen en verifiëren. Op Twitter en Facebook wordt dan de bron van het nieuws gecheckt tijdens updates op je tijdlijn. Dit wordt gedaan door te checken op woorden in de tekst, fotomateriaal en door te kijken naar de reputatie van de website en dit alles te zoeken in databases. Maar er is ook een extensie die zich specifiek richt op nieuwssites. Zo komen de extensies tot een oordeel.
Facebook probeert ook zelf al een aantal jaren om bijvoorbeeld click-baits tegen te gaan. Het bedrijf neemt ook in Nederland maatregelen om de verspreiding van nepnieuws tegen te gaan. Dit in samenwerking met nieuwssite Nu.nl en de NieuwsCheckers van de Universiteit Leiden. Facebook ging eerder al soortgelijke samenwerkingsverbanden aan in de Verenigde Staten, Frankrijk en Duitsland. Net als in die landen krijgen Nederlandse gebruikers de mogelijkheid om berichten die ze niet vertrouwen te melden. Als twee feitencheckers vervolgens onafhankelijk van elkaar tot de conclusie komen dat een bericht nep is, voorziet Facebook het van de waarschuwing 'in twijfel getrokken', met uitleg erbij. Berichten die zo'n negatieve beoordeling krijgen komen lager in de berichtenstroom te staan. Ook kan er niet meer mee worden geadverteerd. (Bron: Het Parool)

Check de bron
Kijk goed waar het bericht vandaan komt. Ken je het medium en wat is de reputatie? Er zijn sites die zich al jarenlang bezighouden met nepnieuws, waardoor je direct kunt zien of iets te vertrouwen is. Check daarvoor de eerder genoemde Hoax-lijst. Er zijn ook websites die zich bezighouden met het checken van nieuws zoals bijvoorbeeld Snopes. Als je de gevonden site of het nieuwsmedium niet kent, is het een goed idee om te kijken wat dit medium nog meer schrijft. Nepberichten maken vaak gebruik van fictieve bronnen, dus kijk verder dan alleen een bronvermelding. Worden tekst en foto op dezelfde manier gebruikt als in de originele bron? Of is het bericht uit context gehaald? Vermelden de genoemde bronnen zelf het nieuwsfeit?
Is er geen link naar de bron? Google dan. Bij voorkeur in een anoniem venster, om het dwingende algoritme van je eigen (zoek)geschiedenis te omzeilen.

Check de auteur
Vaak staat de naam van de schrijver bij de artikelen, ook bij nepnieuws. Het is altijd slim om goed te kijken naar de auteur van een stuk. Soms is deze niet vermeld, wat al reden is om op je hoede te zijn. Als er wel een maker bij het bericht staat, kijk dan wat deze verder op zijn naam heeft staan. Zoek de auteur op via bijvoorbeeld Google: wat staat er op zijn cv? Soms wordt er gestrooid met indrukwekkende opleidingen, functies en prijzen, maar blijken andere auteurs precies dezelfde cv te hebben. Klopt dat wel? Bestaat deze persoon echt? Kijk bij websites altijd in de disclaimer of bij ‘over ons’ Waarom heeft diegene het artikel geschreven? Voor wie is het geschreven? Welke (politieke, financiële of andere) belangen heeft de afzender? Of is het zelfs bedoeld als satire?

Check de datum
Sommige artikelen zijn echt, maar zijn al lang geleden gebeurd. Op social media worden die gebeurtenissen dan gepost alsof het iets te maken heeft met een recente gebeurtenis. Zo ging vlak nadat Trump de verkiezingen had gewonnen, het verhaal over social media dat Ford de productie van vrachtauto's van Mexico naar Ohio zou verplaatsen, omdat Trump president was geworden. Het ‘nieuws’ was echter al een jaar oud en heeft in die context ineens een andere strekking.

Gebruikte bronnen
Kijk in een nieuwsbericht of er naar een oorspronkelijke bron wordt gelinkt. Zo ja: goed teken. Check vervolgens de kwaliteit/autoriteit van die bron. De Volkskrant is doorgaans beter geïnformeerd over de strijd tegen IS dan de twitterfeed van @crazy_Dam1987. Aan nieuws ligt vaak een rapport, een vonnis, data of een persbericht ten grondslag. In de meeste gevallen kun je die ‘basisinformatie’ zelf opvragen bij bijvoorbeeld het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), een onderzoeksinstituut, een bedrijf of op andere plekken waar data openbaar worden gemaakt. (Zie ook: Over grafieken ...)
Kijk dus goed op welke bronnen de site het nieuws baseert. Soms wordt er verwezen naar officiële bronnen of mainstream media, terwijl die er niets over hebben geschreven. Zo was er in 2016 een bericht dat asielzoekers gratis met de trein zouden mogen reizen. De NOS zou later met extra informatie komen. Maar de NOS meldde nooit iets, en de NS wist van niets.


Lees verder
Een verband is nog geen oorzaak! Vooral in wetenschapsnieuws komt dit vaak voor. Als bijvoorbeeld uit onderzoek blijkt dat vegetariërs langer leven, betekent dat niet automatisch dat ze langer leven omdat ze geen vlees eten. Misschien gaan ze gewoon vaker naar de sportschool! Televisieprogramma Kassa meldde laatst dat 'de helft van de artsen bereid is om meisjes van zestien een lipvergroting te geven'. Klinkt heftig, want dat is illegaal! Later bleek dat Kassa een kleine steekproef had gedaan onder slechts zes dokters. Daarvan wilden er drie de wet aan hun laars lappen. Dat geeft zeker een eerste indruk. Maar dat drie 'ja' zeiden, betekent nog niet per se dat de helft van alle Nederlandse artsen het zou doen.
Dus check niet alleen de bronnen, maar kijk wat het hele verhaal is.

Check vooroordeel
Heeft jouw eigen overtuiging invloed op je oordeel? Bedenk ook welk belang de afzender van een bericht heeft bij het nieuws. Is de kop bijvoorbeeld informerend of meer een statement? Val ook niet ten prooi aan de verzuiling 2.0. De 'filterbubbel' zou ervoor zorgen het internet een gespreid bedje wordt voor meningen die we toch al hadden. Er is echter wel een kanttekening te plaatsen bij die aanname, want er zou eigenlijk helemaal geen wetenschappelijk bewijs voor zijn.

Check ook foto’s
Dat kan via Google of Tineye Reverse Image Search. Google laat precies zien wanneer en op welke sites de afbeelding eerder te zien is geweest.


Tot slot: Stop in elk geval met klakkeloos delen waar je het mee eens bent en raadpleeg als je bezig bent met een betoog of werkstuk bij twijfel experts (mediathecaris, docent). (Gebruikte bronnen voor herkennen nepnieuws: Mediawijsheid.nl, Motherboard, MetronieuwsBrandpunt, Sevendays.nl, NOS)

Hoe makkelijk het is om zelf nepnieuws te maken kun je jouw leerlingen tonen aan de hand van de tool Newsjack. Je kunt hier elke nieuwssite manipuleren en als link naar je klas verzenden. De ontvanger ziet dan jouw gemaipuleerde artikel van Nu.nl bijvoorbeeld. Na een aantal seconden verschijnt dan in een pop up ‘You have been Newsjacked’. Een mooie inleiding op je les, waarmee je dan onmiddellijk de aandacht van je leerlingen hebt.

Luister ook: Onder Mediadoctoren 

donderdag 9 februari 2017

Spieken 2.0

Over examenfraude en de rol van het internet daarbij is al veel gepubliceerd. Eerder werden in artikelen vaak landen als Irak en Algerije als extreme voorbeelden genoemd. In deze landen werden namelijk tijdens examenperiodes alle sociale media of zelfs het hele internet tijdelijk geblokkeerd om de kans op examenfraude te verkleinen.
Maar goed, wij zijn - wat spieken betreft - inmiddels in een gevaarlijke 2.0 versie terecht gekomen: niet meer voorzichtig over je schouder gluren naar de antwoorden die de buurman invult, maar tijdens een digitale toets stiekem whatsappen via de internetbrowser. Of … huiswerkopdrachten delen via Facebook zonder dat je docent het weet en zo kun je nog vele voorbeelden noemen zoals (in ons geval) via Google-Drive snel een document delen met een aantal leerlingen … Ook al ben je als docent niet zo ict-vaardig en droom je misschien ook wel van het afsluiten van het hele internet tijdens jouw toets of examen, je moet je toch enigszins gaan verdiepen in deze materie. Als je niet weet wat er intussen mogelijk is, kun je ook niet ingrijpen en dat is echt nodig.
Studenten zijn namelijk massaal gaan frauderen met behulp van mobieltjes, smartwatches en sociale media. Dat blijkt uit onderzoek van RTL Nieuws van vorig jaar. Zij zagen ook dat onderwijsinstellingen die nieuwe fraudemethoden maar moeilijk kunnen bijhouden. Het zijn digitale technieken waar studenten tegenwoordig mee frauderen. En dat gebeurt steeds vaker: in vier jaar tijd, tussen 2011 en 2015, steeg het aantal fraudegevallen met 76 procent. Dat blijkt uit documenten die RTL Nieuws van de examencommissies van vier universiteiten ontving.
Onderwijsinstellingen tasten vaak in het duister over wat hun studenten allemaal uitspoken, waardoor veel fraudegevallen nooit aan het licht komen, concludeert Arie de Wild, onderzoeker en docent aan de Hogeschool Rotterdam. Samen met een groep studenten onderzocht hij verborgen fraudemethoden die studenten aan de hogeschool gebruikten. De resultaten presenteerden zijn studenten vervolgens aan het bestuur. De bestuursleden keken elkaar vol verbazing aan: "doen studenten dit?" Vanwege de gevoeligheid van het onderwerp, werd een bijzondere vraagmethodiek toegepast. Studenten voerden informele gesprekken met medestudenten over opvallende zaken binnen het onderwijs. Tentamenfraude werd hierbij verrassend veel genoemd. (Bron: Hogeschool Rotterdam)
De Wild denkt dat de fraudegevallen die RTL heeft ontdekt feitelijk “het topje van de ijsberg” zijn. Sommige grote opleidingen maken nooit melding van fraude. ”Dat kan niet waar zijn’', aldus De Wild. Alleen kijken naar bekende manieren van fraude kan wat De Wild betreft dan ook niet. Wat hem aangaat moeten examencommissies ook naar de “ijsberg onder water” kijken. Een student vertelt dat hij op alle drie de opleidingen die hij volgde fraude meemaakte. ”De surveillant had niks in de gaten'', zegt hij over een digitaal examen waarbij klasgenoten met elkaar overlegden via Whatsapp. (Bron: De Gelderlander)
The Independent kopte in juli 2016: “Exam cheating: A third of students admit to doing so this year alone, as survey reveals the most unusual methods used”. In het artikel staan wat voorbeelden genoemd, digitaal en - zeg maar - ouderwets. Ik moet zeggen dat ik bij sommige ‘methoden’ toch wel wat moet lachen: papier inslikken en weer ophoesten? Morse? Een vriend of vriendin die voor de deur met (hand)signalen probeert te helpen?
Morse - moet toch opvallen dat tikken, denk ik dan - wordt toch wel vaker genoemd en uit een top 7 van spiekmethoden blijkt, dat je ook het flesje met water of andere drank als surveillant niet helemaal meer kunt vertrouwen.



Maar ja, hoe vreemd sommige methoden ook lijken (de zoekterm ‘cheating on exam’ levert een keur aan vreemde voorbeelden op), het is natuurlijk een probleem. Wat te doen? Heel goed opletten dus of telefoons (en dus ook smartphones), smartwatches en (camera)brillen helemaal verbieden tijdens examens?



Of misschien voorafgaand aan een examen iedereen door detectiepoorten leiden om bluetoothapparatuur te detecteren? Wel een kostenpost natuurlijk. Bedenk echter wel dat er ook gewoon reclame wordt gemaakt voor allerhande devices om te frauderen voor je examen. Dat er iets moet gebeuren is dus wel duidelijk.



Alle bovengenoemde maatregelen, vaste zitplaatsen en controle van de identiteit van de kandidaat heeft wellicht voor sommigen de schijn van een minidictatuur, maar het internet wordt in elk geval niet gestoord. In het verleden werd soms een ‘jammer’ ingezet om mobiel telefoonverkeer te verstoren waardoor bellen of gebeld worden niet mogelijk was. De apparaten zenden een breedbandig stoorsignaal uit op de frequentiebanden 880 - 960 MHz, 1710 - 1880 MHz, 1900 - 2070 MHz en 2110 - 2170 MHz wat spraak- en dataverkeer in de omgeving van de jammer onmogelijk was. In 1999 werd het in bezit hebben en gebruiken van jammers verboden dankzij richtlijn 1999/5/EG. Deze richtlijn verbiedt het gebruik van onder andere jammers en andere stoorzenders. Dit verbod wordt actief gehandhaafd.
Tijdens eindexamenperiodes wordt bij middelbare scholen streng gecontroleerd op het gebruik van gsm-jammers. De scholen riskeren een boete als zij met illegale middelen spieken proberen te bestrijden. Zo'n blokker is namelijk even illegaal als het spieken zelf, zegt het Agentschap Telecom. “Gsm-jammers zijn streng verboden omdat die het telecomverkeer in en buiten de school onmogelijk maken. Noodnummer 112 en andere hulpdiensten kunnen bij calamiteiten niet worden gebeld."
Scholen krijgen inderdaad het advies leerlingen smartphones en smartwatches te laten inleveren bij het begin van een examen. Directeur Spijkerman van Agentschap Telecom: “Met een gsm-detector kan vervolgens eenvoudig worden vastgesteld of er toch nog mobiel verkeer in het lokaal aanwezig is."
Schooldirecteuren doen er verder verstandig aan het wifi-netwerk van de school uit te zetten en leerlingen voor de start van de examens een groepsbericht met de regels te sturen. Niet alleen middelbare scholen, ook universiteiten doen hun best om digitaal spieken te voorkomen. Zo zetten de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Universiteit Maastricht ook gsm-detectors in als studenten naar de wc-gaan. Zodra een smartphone wordt aangezet krijgt een surveillant een signaal.

Nu denk je misschien dat dit wel een beetje een overkill is, maar dat is het niet. En het is een groot en moeilijk te tackelen probleem …






Al in 2014 stelde de Telegraaf: Dacht je in het aankomende studiejaar toetsantwoorden te kunnen checken op je smartwatch? Dan heb je pech als je studeert aan Hogeschool Rotterdam. De 30.000 studenten moeten hun horloges namelijk af doen tijdens tentamens. Het is gewoon voor surveillanten niet te doen om te checken of iemand een ouderwets klokje of een wearable met alle digitale mogelijkheden om de pols heeft, omdat ze steeds meer op elkaar gaan lijken. Anno 2017 is dat eigenlijk alleen maar erger geworden.




Ook de NRC publiceerde vorig jaar rond de examentijd een artikel met de kop: Spieken met je smartphone. Dit artikel eindigt met de verzuchting van Michiel van Diesen, docent bij de opleiding Digital Business Concepts aan Fontys Hogescholen. Door technologische vernieuwing is fraude in de toekomst nauwelijks nog te voorkomen, vreest Van Diesen “Smartwatches zijn al lastig te herkennen, straks krijgen we nog een groter probleem met slimme brillen.” Het is een van redenen dat hij is begonnen met een gedurfde proef. Studenten geeft hij minder tijd voor hun tentamen, maar ze mogen naar hartelust Google gebruiken. Feitenkennis wordt volgens Van Diesen minder belangrijk, omdat internet altijd bij de hand is. “In hoeverre is het nog noodzakelijk om een heel boek uit je hoofd te leren? We willen dat onze studenten in hun loopbaan vooral zaken als inzicht en creativiteit laten zien.”
Ik persoonlijk hoop niet dat het dit de oplossing is voor het geconstateerde probleem, want parate feitenkennis is m.i. wel degelijk belangrijk. Zie bijvoorbeeld ook “Leren is niet ‘dat zoeken we op’” van Ger Groot in Trouw. Ik betwijfel dus sterk of we hier de oplossing hebben.

Tot besluit: soms kan techniek echter ook weer uitkomst geven: